Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/6.8.4.1
6.8.4.1 Duiding van de bestuurlijke boete
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS599912:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Zo is ook uitdrukkelijk bepaald in art. 5:40, lid 1, Awb.
Ze kan wel met een herstelsanctie worden gecombineerd. Zie par. 6.7.3.
Art. 5:45, lid 1, Awb. De verjaringstermijn hangt af van de hoogte van de boete die kan worden opgelegd. Kan de hoogte méér dan 340 euro bedragen, dan is de termijn 5 jaren; in het andere geval is ze 3 jaren (art. 5:53, lid 1, Awb). In het financiële recht wordt dat drempelbedrag altijd gehaald: het basisbedrag in de lichtste boetecategorie bedraagt al 10.000 euro.
De bestuurlijke boete is een bestraffende sanctie.1 Ze is niet gericht op herstel van de overtreding,2 maar op leedtoevoeging.
Voor de oplegging van een bestuurlijke boete is verwijtbaarheid vereist. Ze wordt daarom niet opgelegd als er sprake is van een rechtvaardigingsgrond of wanneer de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten.3 Is de boeteling een natuurlijk persoon, bijvoorbeeld een dagelijksbeleidsbepaler, dan wordt ook geen boete opgelegd wanneer hij inmiddels is overleden.4 De bestuurlijke boete kan niet worden opgelegd als de overtreder voor dezelfde gedraging reeds is of wordt gestraft.5 Een overtreding die met een bestuurlijke boete bestraft kan worden, kan tegelijkertijd ook strafrechtelijk vervolgbaar zijn. Een strafvervolging heeft “voorrang” boven beboeting door de financiële toezichthouder, zodat ook dan geen bestuurlijke boete kan worden opgelegd.6
Tot slot vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een boete 5 jaar nadat de overtreding plaatsvond.7