De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.19.7.2:IV.19.7.2 Nederland
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.19.7.2
IV.19.7.2 Nederland
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS381351:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Omdat daar reeds zeer uitgebreid aandacht is besteed aan de intrekking bij wijze van (bestraffende) sanctie, wordt hier met enkele opmerkingen volstaan. Voor het overige wordt verwezen naar paragraaf 6.3.2.
Vgl. art. 5:2 lid 1 aanhef en onder c Awb.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals uiteengezet is in deel II van dit boek kan een intrekkingsbeslissing onder omstandigheden een bestraffend karakter hebben.1 Als gevolg daarvan, wordt een relatie gelegd met art. 6 EVRM. Indien de intrekking gericht is op leedtoevoeging, wordt de sanctie aangemerkt als bestraffend.2 Dit is onder meer het geval wanneer de intrekking verder gaat dan herstel van de rechtmatige toestand vergt. Met name bij de intrekking van subsidiebeschikkingen komt dat nogal eens voor. De bestuursrechter is echter terughoudend met het kwalificeren van een dergelijke intrekking als bestraffend. De jurisprudentie laat meer in het algemeen zien dat de kwalificatie van een intrekking als al dan niet bestraffend geen sinecure is. Dit is namelijk sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Vast staat wel dat een intrekking onder omstandigheden bestraffend van aard kan zijn.