De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.19.7.3:IV.19.7.3 Bevindingen
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.19.7.3
IV.19.7.3 Bevindingen
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS376533:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Waar in de Nederlandse literatuur en jurisprudentie veelvuldig aandacht uitgaat naar het mogelijk bestraffende karakter van de intrekking, zwijgt men daarover in de Duitse literatuur en rechtspraak. De gedachte lijkt te zijn dat een intrekking enkel beoogt de rechtmatige situatie te herstellen. Betwijfeld kan echter worden of een en ander zo algemeen kan worden gesteld. De voorbeelden uit zowel rechtspraak van de Nederlandse bestuursrechter als bijvoorbeeld het EHRM laten zien dat met intrekking onder omstandigheden wel degelijk leedtoevoeging kan zijn beoogd. Een mogelijk bestraffend karakter dient op zijn minst te worden onderkend.
Gelet hierop zou een algemene regeling inzake intrekking van beschikkingen dan ook een en ander moeten bepalen over de intrekking bij wijze van sanctie. Dat is logisch, nu in hoofdstuk 5 van de Awb algemene bepalingen inzake handhaving zijn opgenomen. Dit, in tegenstelling tot de het Duitse recht, waar bepalingen over handhaving in andere wetten dan het Verwaltungsverfahrensgesetz zijn neergelegd, bijvoorbeeld in het Verwaltungs-Volstreckungsgesetz en het Ordnungswidrigkeitengesetz.