Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/II.5.2.2.3
II.5.2.2.3 De fotografische beschikking
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS378937:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Donner 1941, p. 140. Vgl. Ortlep 2011, p. 313. Hij spreekt over beschikkingen die weliswaar gericht zijn op een duurzaam rechtsgevolg, maar waarbij sprake is van een beoordeling op één bepaald tijdstip.
Scheltema 1975, p. 20.
Donner 1941, p. 140 en Scheltema 1975, p. 24.
Donner 1987, p. 230. Bij bijvoorbeeld rijbewijzen ligt een en ander weer genuanceerder. Zie de artikelen 130 e.v. Wegenverkeerswet 1994.
Zie bijvoorbeeld Scheltema 1975, p. 20.
Kamerstukken II 2013/14, 34016, nr. 2.
Vgl. Scheltema 1975, p. 24.
Een derde soort beschikking die in dit kader kan worden onderscheiden, is wat door Donner is aangeduid als de ‘photografische’ beschikking. Hij doelt daarmee op beschikkingen
‘waarbij de aandacht der administratie zich richt op een bijzonder moment. In die gevallen strekt de aangelegenheid, waarom het gaat, zich wel over een langere periode uit, maar de belangstelling der administratie bepaalt zich tot een enkel moment […].’1
Met andere woorden: er vindt op één moment een beoordeling plaats, resulterende in een beschikking, maar de rechtsgevolgen strekken zich uit over een langere periode.2 De beschikking geldt dus voor een onbepaalde duur en vertoont daarmee een overeenkomst met de duurbeschikking. De fotografische beschikking verschilt echter van de duurbeschikking, omdat de overheidsbemoeienis zich beperkt tot een bepaald moment: het moment waarop de beschikking wordt gegeven.3
Een bekend voorbeeld van een fotografische beschikking is een examenbeschikking. Tijdens een examen wordt de op dat moment aanwezige kennis van de student getoetst. Wanneer het (afsluitend) examen met goed gevolg wordt afgelegd, verkrijgt men een diploma of getuigschrift.4 Kenmerkend is dat het toezicht (dat tijdens het afnemen van het examen wordt uitgeoefend en dat resulteert in een besluit) na verkrijging van het diploma in beginsel stopt. Het is bijvoorbeeld niet zo dat de examencommissie na verloop van tien jaar nogmaals toetst of de in het verleden aanwezige kennis, nog steeds aanwezig is, en wanneer dit niet het geval is tot intrekking kan overgaan. Ook al is deze kennis in het geheel niet meer aanwezig, er bestaat geen aanleiding de examenbeschikking in te trekken.5
Ook een besluit tot verlening van de Nederlandse nationaliteit is wel gekwalificeerd als een fotografische beschikking.6 Ik betwijfel of dit kan worden volgehouden. Immers, in de Rijkswet op het Nederlanderschap (hierna: RWN) is een vrij omvangrijke regeling opgenomen inzake de intrekking en het verlies van het Nederlanderschap. Recent is bovendien een wetsvoorstel ingediend om deze regeling uit te breiden.7 Het wordt dan steeds moeilijker om vol te houden dat ‘de belangstelling der administratie’ zich beperkt tot één bepaald moment. Kenmerk van een fotografische beschikking is immers dat er slechts in zeer uitzonderlijke gevallen op kan worden teruggekomen.8