Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/2.5.2
2.5.2 Het ambtelijk voorontwerp en de aanbevelingen van de Expertgroep
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS391262:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een bespreking van het ambtelijk voorontwerp bijvoorbeeld Leemrijse 2005.
Zie MvT, p. 10-11 en 25 bij het ambtelijk voorontwerp van de eerste tranche.
Het Rapport van de Expertgroep is onder meer besproken tijdens het vijftiende congres van het Instituut voor Ondernemingsrecht: De vereenvoudiging van het BV-recht. Zie Fleming 2004 voor een verslag van dat congres.
Rapport van de Expertgroep, p. 66.
Rapport van de Expertgroep, p. 68.
Rapport van de Expertgroep, p. 69. Zie ook Baert 1999, p. 132.
Rapport van de Expertgroep, p. 69.
De Expertgroep refereert hierbij aan de Belgische BVBA. Zie Rapport van de Expertgroep, p. 69. Naar Nederlands recht is aan het stemrechtloze aandeel geen bijzonder stemrecht verbonden, anders dan de in paragraaf 6.2 te bespreken beschermingsregels.
Rapport van de Expertgroep, p. 70.
Rapport van de Expertgroep, p. 70.
In de vorige paragraaf memoreerde ik al dat het ambtelijk voorontwerp1 in tranches ter consultatie beschikbaar is gesteld. Er zijn drie tranches, te weten: (i) orgaanstructuur en bevoegdheden en aandelen en certificaten, (ii) beslotenheid en geschillenregeling en (iii) kapitaal en vermogen en overige onderwerpen, gelijk de hoofdthema’s van het Rapport van de Expertgroep. Voor het stemrechtloze aandeel is de eerste tranche van belang. Ik zal op die tranche in deze paragraaf ingaan.
Het oude BV-recht kende geen stemrechtloos aandeel. In zekere zin is het stemrechtloze aandeel te vergelijken met rechtsfiguren als (onder het oude recht) het bewilligde certificaat en het statutaire winstrecht. Ook in het ambtelijk voorontwerp van de eerste tranche komt het stemrechtloze aandeel niet voor. De memorie van toelichting bij het ambtelijk voorontwerp neemt de aanbeveling van de Expertgroep om geen stemrechtloos aandeel in het Nederlandse recht te introduceren en de overwegingen van de Expertgroep daarbij over.2
Van belang is daarom van de aanbeveling en de overwegingen van de Expertgroep kennis te nemen. Dat belang is bovendien een onderzoeksbelang, omdat in dit onderzoek ook de verhouding tussen de verscheidene rechtsfiguren zonder stemrecht aan de orde komen.
Het Rapport van de Expertgroep3 stelt dat het voor een BV onder omstandigheden wenselijk kan zijn om stemrechtloze aandelen uit te geven: “Een voorbeeld is de situatie waarin een vennootschap haar werknemers de mogelijkheid wil bieden om te participeren in de vennootschap. Hiermee beoogt een vennootschap deze werknemers financieel te laten deelnemen, hetgeen een prikkel kan vormen voor de betrokkenheid en productiviteit van de werknemers. Thans vindt werknemersparticipatie veelal plaats door middel van het uitgeven van certificaten van aandelen aan de werknemers. In joint-ventureverhoudingen of familievennootschappen kunnen stemrechtloze aandelen van betekenis zijn teneinde het eigen vermogen te vergroten zonder dat de bestaande zeggenschapsverhoudingen tussen de aandeelhouders wijzigt (‘wijzigen’, toevoeging RAW). Denkbaar is voorts dat een bank of een financieringsmaatschappij, als onderdeel van de tegenprestatie voor het beschikbaar stellen van financiële middelen, behoefte heeft aan aandelen waaraan zij onder bepaalde voorwaarden of ten aanzien van bepaalde besluiten stemrecht ontleent.”4
Vervolgens bespreekt de Expertgroep de stemrechtloze aandelen, zoals andere landen die kennen. Daarna stelt de Expertgroep de vraag of stemrechtloze aandelen in Nederland zouden moeten worden ingevoerd, gelet op het feit dat Nederland reeds certificaten van aandelen en statutaire winstrechten kent. De Expertgroep noemt een aantal verschillen tussen deze drie rechtsfiguren: “Het verschil tussen stemrechtloze aandelen en certificaten is in de eerste plaats dat aandelen worden uitgegeven door de vennootschap, terwijl certificering in beginsel een contractuele aangelegenheid is tussen aandeelhouder en certificaathouder. In de tweede plaats moeten de belangen van de certificaathouder worden behartigd door een aandeelhouder, te weten het administratiekantoor, terwijl de stemrechtloze aandeelhouder in beginsel geen belangenbehartiging kent. In de derde plaats kent de wet aan de certificaathouder op een aantal plaatsen dezelfde rechten toe als de aandeelhouder. Het is de vraag of stemrechtloze aandeelhouders ook vergaderrecht zouden moeten hebben. (…)”5
Daarnaast stelt de Expertgroep de afbakening met het statutaire winstrecht aan de orde: “Immers, een aandeelhouder brengt vermogen in en verkrijgt als ‘tegenprestatie’ in hoofdlijnen vergader- en stemrecht en een recht op uitkering van winst en liquidatiesaldo. Bij het stemrechtloos aandeel wordt het stemrecht van het aandeel ‘weggesneden’ en resteert een rechtsverhouding die slechts omvat een recht op uitkering van winst en liquidatiesaldo. Op deze wijze ontstaat een instrument dat gelijkenis vertoont met een statutair winstrecht, dat immers ook tegen inbreng kan worden uitgegeven.”6
Vervolgens bespreekt de Expertgroep het verschil tussen een stemrechtloos aandeel en een winstbewijs indien de houder van een stemrechtloos aandeel onder bepaalde omstandigheden of ten aanzien van bepaalde besluiten wél stemrecht kan uitoefenen, bijvoorbeeld in gevallen waarin het financieel belang van de stemrechtloze aandeelhouder in het geding is. Het zou dan kunnen gaan om een bijzonder stemrecht in geval van uitkering en emissie van aandelen zonder voorkeursrecht. Ook stelt de Expertgroep de vraag of, en zo ja, welke overige rechten aan houders van stemrechtloze aandelen moeten worden toegekend. De wet zou kunnen bepalen dat de stemrechtloze aandeelhouder dezelfde rechten heeft als de houder van een met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaat.7
Uiteindelijk overweegt de Expertgroep: “De Expertgroep meent dat de vele complicaties die de invoering van stemrechtloze aandelen bij de BV met zich brengt, niet opwegen tegen de voordelen daarvan. Een groot deel van de voordelen van stemrechtloze aandelen kan ook worden behaald met certificering van aandelen en de uitgifte van statutaire winstbewijzen. Hierbij wijst de Expertgroep er op dat in haar voorstel de statuten aan houders van certificaten, ook als de vennootschap aan de certificering heeft meegewerkt, het vergaderrecht kunnen onthouden, terwijl aan stemrechtloze aandelen doorgaans bijzonder stemrecht wordt gekoppeld.8 Het voorstel van de Expertgroep dat de statuten kunnen variëren in de toekenning van stemrecht, zal er bovendien toe leiden dat minder behoefte zal bestaan aan stemrechtloze aandelen.”9
De aanbeveling van de Expertgroep luidt dan ook in Nederland geen stemrechtloze aandelen in te voeren, omdat (i) certificaten en statutaire winstbewijzen reeds mogelijk zijn, (ii) gedifferentieerd stemrecht conform art. 2:228 (nieuw) BW mogelijk wordt, en (iii) een gecompliceerde regeling, zoals in het buitenland moet worden vermeden.10