Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/6.5.4
6.5.4 De inlichtingenbevoegdheid van DNB en de AFM
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS595253:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II, 2005-2006, 30413, nr. 3, p. 280-281 (Pensioenwet) en Kamerstukken II, 2003-2004, 29708, nr. 3, p. 45 (Wft).
Art. 168, lid 2, Pw (art. 1:74, lid 2, Wft). Zie par. 6.5.3.1.
Art. 175, lid 1 en 176, lid 1, Pw. (Voor financiële ondernemingen: art. 1:79, lid 1, sub d en 1:80, lid 1, sub d, Wft) (voetnoot 1036).
Art. 168, lid 2, Pw jo. art. 175, lid 1 of 176, lid 1, Pw. (Voor financiële ondernemingen: art. 1:74, lid 2, Wft jo. art. 1:79, lid 1, sub d of 1:80, lid 1, sub d, Wft).
Art. 168, lid 2 Pw jo. art. 5:20 Awb jo. 184 Sr. De niet-medewerking aan een vordering op grond van art. 1:74 is bovendien strafbaar op grond van art. 1, onder 2°, Wet op de economische delicten (Wed). Deze strafbaarstelling bestaat daarentegen weer niet voor de niet-medewerking aan een vordering uit hoofde van art. 168 Pensioenwet.
De Awb-bevoegdheden, waaronder de inlichtingenbevoegdheid, komen enkel toe aan de toezichtsmedewerkers, niet aan DNB of de AFM zelf. De wetgever vond het echter noodzakelijk dat DNB en de AFM ook zonder tussenkomst van een aangewezen toezichtmedewerker inlichtingen kunnen vorderen.1 Zij hebben daarom hun eigen inlichtingenbevoegdheid gekregen.2 Het hiervoor behandelde proportionaliteitsbeginsel en de medewerkingsplicht uit de Awb zijn van overeenkomstige toepassing bij een inlichtingenvordering door DNB of de AFM.3
Eerder merkte ik al op dat er onduidelijkheid bestaat over de reikwijdte van de inlichtingenbevoegdheid op grond van de Awb.4 Deze onduidelijkheid werkt door naar de inlichtingenbevoegdheid van DNB en de AFM. Nuyten betoogt, naar mijn mening terecht, dat een inlichtingenbevoegdheid niet volstaat voor het vorderen van kopieën van documenten. Daarvoor is volgens haar het gebruik van een inzagebevoegdheid nodig. De rechtbank Rotterdam meent desalniettemin dat een inlichtingenbevoegdheid wel volstaat. De zienswijze van de rechtbank Rotterdam is voor DNB en de AFM wel wenselijk. Zij kunnen dan zonder tussenkomst van een toezichtsmedewerker niet alleen inlichtingen vorderen, maar die ook verkrijgen in de door hem gewenste vorm.
Niet-medewerking aan een inlichtingenvordering door DNB of de AFM kan leiden tot een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete.5 Nietmedewerking kan ook leiden tot strafvervolging.6