Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.6.2.2
II.4.6.2.2 Inpassing in het schillenmodel
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS501499:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. HvJ 13 december 2007, zaak C-98/07, BNB 2008/219, r.o. 22 (concl. A-G Bot; Nordania Finans; m.nt. J.J.P. Swinkels).
HvJ 13 december 2007, zaak C-98/07, BNB 2008/219, r.o. 22 (concl. A-G Bot; Nordania Finans; m.nt. J.J.P. Swinkels); HvJ 29 oktober 2009, zaak C-174/08,V-N 2009/56.14, r.o. 33 (NCC Construction Danmark).
Vgl. Hof ’s-Gravenhage 15 oktober 1997, V-N 1998/48.22. De feiten komen niet geheel scherp naar voren in deze uitspraak, maar ik begrijp dat belanghebbende een houdster- en financieringsvennootschap (ondernemer) van een internationaal concern is die met zekere regelmaat deelnemingen verwerft en afstoot. De verkoopwinsten heeft zij volgens het Hof nodig voor het op peil houden van haar eigen vermogen waarmee zij telkens nieuwe leningen binnen de groep verstrekt en nieuwe deelnemingen verwerft. Vanwege de duurzaamheid en de noodzaak merkt het Hof de aandelentransacties als rechtstreeks, duurzaam en noodzakelijk verlengstuk van de financierings- en holdingactiviteit aan.
HvJ 29 oktober 2009, zaak C-174/08,V-N 2009/56.14, r.o. 33 (NCC Construction Danmark). Vgl. ook HR 6 juni 2014, BNB 2014/196 (concl. A-G Van Hilten; m.nt. B.G. van Zadelhoff), betreffende grootschalige verkopen van huurwoningen door een woningcorporatie waarvoor artikel 14 Uitvoeringsbeschikking OB 1968 van toepassing is geacht, omdat de verkopen niet onvermijdelijk waren.
Het is een interessante vraag hoe aandelenoverdrachten met een economisch karakter kunnen worden ingepast in het schillenmodel uit paragraaf 3.5. Het belang daarvan is voornamelijk gelegen in de gevolgen van de aandelenoverdracht voor het recht op aftrek van voorbelasting. Als een aandelenoverdracht tot de belastbare activiteit behoort of daarvan een rechtstreeks, duurzaam en noodzakelijk verlengstuk is, kan deze namelijk niet een bijkomstige handeling zijn, terwijl dat wel kan als de overdracht tot de overige werkzaamheden behoort. Voor de plaats van een aandelenoverdracht in het model is de indeling van het voorafgaande verkrijgen en houden naar mijn mening niet per se doorslaggevend. Zo hoeft de omstandigheid dat aandelen als onderdeel van een belastbare activiteit zijn gehouden, niet te betekenen dat het vervreemden daarvan eveneens tot die belastbare activiteit behoort. Dat is evenmin het geval bij overdrachten van andersoortige bestanddelen uit het vermogen van een economische activiteit. Vergelijk, bijvoorbeeld, het afstoten van een gebruikte grondverzetmachine (bedrijfsmiddel) door een grondverzetbedrijf. De opbrengst van deze handeling blijft normaliter buiten de berekening van het pro rata op basis van artikel 14 Uitvoeringsbeschikking OB 1968 (artikel 174, lid 2, onderdeel a, Btw-richtlijn).1 Dit betekent dat het afstoten van de machine tot de overige werkzaamheden van het grondverzetbedrijf moet behoren, ofschoon het voorafgaande kopen en houden ervan onmiskenbaar tot de belastbare activiteit van het grondverzetbedrijf behoort.
Vooral de overdracht van aandelen door inmengaandeelhouders vertoont gelijkenissen met het afstoten van bedrijfsmiddelen. Vanwege die gelijkenissen moeten aandelenoverdrachten door inmengaandeelhouders naar mijn mening in beginsel tot de overige werkzaamheden behoren. Dit betekent dat die overdrachten bijkomstige handelingen kunnen zijn in de zin van artikel 174, lid 2, onderdeel b of c, Btw-richtlijn. De uitzondering is dat de overdracht van aandelen toch op één of andere manier onderdeel is van de ‘gewone activiteit’ van de overdragende inmengaandeelhouder. Van bijkomstigheid is immers, gelet op de arresten in de zaken Nordania Finans en NCC Construction, geen sprake als een handeling tot de ‘gewone activiteit’ van een ondernemer behoort (zie par. 3.3.7.2).2 Een overdracht van aandelen als onderdeel van een gewone activiteit kan ik mij vooral voorstellen bij een inmengaandeelhouder wiens activiteit er primair op is gericht aandelen na een bepaalde periode van inmenging weer (met winst) te verkopen. In die situatie is verdedigbaar dat de overdracht van aandelen tot de belastbare activiteit behoort of in elk geval daarvan een rechtstreeks, duurzaam en noodzakelijk verlengstuk is.3 Deze situatie dient te worden onderscheiden van, bijvoorbeeld, een houdstermaatschappij van een concern die vanwege een strategische heroriëntatie of reorganisatie een dochtervennootschap afstoot. Een dergelijke vervreemding heeft een incidenteel, in de zin van ongebruikelijk, karakter. Naar analogie met het arrest van het Hof van Justitie in de zaak NCC Construction kan worden gezegd dat in die omstandigheden de aandelenoverdracht niet tot de gewone activiteit van de tophoudstermaatschappij behoort. 4 Eenzelfde incidenteel karakter ligt voor de hand als een verlengstukaandeelhouder een strategische deelneming in een leverancier, afnemer of concurrent van de hand doet. Doorgaans wordt een dergelijke deelneming immers niet verkregen en gehouden met het oog op een toekomstige doorverkoop. Ook voor de overdracht van dergelijke deelnemingen dient mijns inziens daarom het uitgangspunt te zijn dat zij tot de overige werkzaamheden behoren. Eén en ander ligt weer anders met aandelenoverdrachten door effectenhandelaren. Die behoren zonder meer tot de belastbare activiteit. Eén en ander levert het volgende beeld op:
Figuur 9 – Indeling aandelenoverdrachten in een economische activiteit