De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep
Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/1.3.3.2:1.3.3.2 Verantwoording methode: verzamelen van argumenten door middel van een beschrijving van het geldende recht
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/1.3.3.2
1.3.3.2 Verantwoording methode: verzamelen van argumenten door middel van een beschrijving van het geldende recht
Documentgegevens:
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS386774:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vick 2004, p. 177-180, Tijssen 2009, p. 161-166.
Vick 2004, p. 178.
Smits 2014, p. 10, Vick 2004, p. 179.
Bangma & de Ridder 2004. Zie ook Wuisman 2013 en De Waard 2003, p. 39.
De methode van systematisering wordt dus aangewend (zie Smits 2009, p. 37).
Smits 2009, p. 37.
Smits 2009, p. 39.
Smits 2009, p. 39.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De juridische methodologie heeft een eigen karakter, dat op punten afwijkt van veel van de in de wetenschapsfilosofie gepresenteerde theorieën over de fundamentele eigenschappen van wetenschappelijk onderzoek. De juridische methodologie bestaat in de eerste plaats uit het onderzoeken en beschrijven van de primaire juridische bronnen, te weten de wet, de wetsgeschiedenis, jurisprudentie, en academische literatuur.1 Door volledig en conform algemeen geaccepteerde verwijzingsregels naar de door hem gebezigde bronnen te verwijzen, maakt de juridische onderzoeker het andere onderzoekers mogelijk om het door hem verrichte onderzoek na te bootsen; zij kunnen immers zelf de bronnen bekijken en hieraan gevolgtrekkingen verbinden, die – indien beide onderzoekers zorgvuldig onderzoek verrichten – gelijk zullen zijn aan de conclusies van de eerste onderzoeker. Dit gedeelte van juridisch onderzoek is dus reproduceerbaar. Een cruciaal element van de juridische methodologie is dat de juridische onderzoeker de door hem bestudeerde en beschreven bronnen vervolgens analyseert.2 De onderzoeker zal op basis van de door hem verzamelde gegevens een oordeel geven over hoe het recht volgens hem zou moeten zijn. Dit onderdeel van de juridische methodologie is onvermijdelijk normatief.3 De onderzoeker is hierbij niet zozeer op zoek naar een volstrekte waarheid, maar poogt deze hoogstens te benaderen. De onderzoeker draagt bij aan het academische debat, waaraan andere onderzoekers ook het resultaat van hun analyse bijdragen. De optelsom van deze analyses is een representatieve weerspiegeling van hoe het recht zou moeten zijn.
Om een antwoord op de onderzoeksvraag te kunnen geven, zullen in dit onderzoek de Nederlandse wetten, jurisprudentie en literatuur over het geldende vennootschaps- en (beroeps)aansprakelijkheidsrecht worden geanalyseerd. De in Nederland beschikbare en voor samenwerking geschikte rechtsvormen worden door middel van een analyse van het geldende recht, de literatuur en de jurisprudentie getoetst aan een drietal keuzefactoren die, zo volgt uit eerder onderzoek,4 de belangrijkste rol spelen bij de keuze van een rechtsvorm door ondernemers. Benadrukt moet worden dat het onderzoek niet alleen gaat over geldend recht; de conclusies hebben ook betrekking op wenselijk recht. De gekozen methode leidt dus, zoals eerder gezegd, tot normatieve conclusies. Er is voor deze benadering gekozen omdat een heldere uiteenzetting van het geldende (Nederlandse) recht zich het beste leent voor de beantwoording van de onderzoeksvraag. De bestaande bronnen zullen in een systeem worden geplaatst en waar mogelijk zal dit systeem5 verder worden ontwikkeld. Smits merkt over deze benadering op:
‘Terecht benoemde reeds Jeremy Bentham deze wijze van wetenschapsbeoefening met de term “expository jurisprudence” (staande tegenover de zogenaamde “censorial jurisprudence” die zich bezighoudt met de vraag hoe recht behoort te luiden). De term “expositie” geeft goed weer dat het op deze wijze beschrijven van recht, zoals iedere beschrijving, vereist dat keuzen worden gemaakt en dat deze keuzen op consequente wijze worden uitgewerkt.’6
De afbakening van het onderzoek en de keuzes die zijn gemaakt ten aanzien van wat wel en niet zal worden beschreven, worden besproken in hoofdstuk 2.
Juridische systematisering verschilt op een belangrijk punt van beschrijvende methodes in andere disciplines: zij heeft namelijk de eigenschap om de praktijk van de rechtstoepassing te beïnvloeden.7
‘Omdat de academicus werkt aan een systeem dat ook in de rechtspraktijk wordt gebruikt, kunnen aan zijn systematiserende arbeid belangrijke normatieve consequenties zitten: beschrijving in het recht is daarmee altijd normatief’, aldus Smits.8