De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/V.21.2.2.1:V.21.2.2.1 Bevoegdheid tot intrekking
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/V.21.2.2.1
V.21.2.2.1 Bevoegdheid tot intrekking
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS381353:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De bestudeerde intrekkingsregelingen zijn nagenoeg steeds limitatief. In de jurisprudentie zijn incidenteel uitzonderingen te vinden, zij het dat daaraan, onder meer gelet op latere jurisprudentie, weinig betekenis toekomt. Eenmeer structurele uitzondering is in de jurisprudentie gemaakt voor de beëindiging van de bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. De bevoegdheid daartoe is niet expliciet opgenomen, maar deze wordt afgeleid uit de bepalingen inzake vaststelling en toekenning van bijstand. Wat betreft de aard van de intrekkingsbevoegdheid is een mengeling te zien van zowel discretionaire als gebonden bevoegdheden. Een rechtsterrein dat met name wordt gekenmerkt door gebonden intrekkingsbevoegdheden is het sociale zekerheidsrecht. In uitzonderingsgevallen is het mogelijk om van intrekking af te zien. Daartoe is de clausule van de dringende redenen opgenomen. Voorts valt te wijzen op het vreemdelingenrecht. Hoewel de in de Vreemdelingenwet 2000 neergelegde intrekkingsbevoegdheden overwegend discretionair van aard zijn, zijn zij in nadere (beleids)regelgeving in sterke mate nader genormeerd. In zowel de Wabo als de Drank- en horecawet is een combinatie te vinden van gebonden en discretionaire bevoegdheden tot intrekking. De subsidietitel van de Awb en de Wet wapens en munitie bevatten enkel discretionaire bevoegdheden tot intrekking. Ook de Rijkswet op het Nederlanderschap bevat een discretionaire intrekkingsbevoegdheid, zij het dat in het gros van de gevallen geen bevoegdheid tot intrekking bestaat, maar sprake is van het van rechtswege vervallen van het Nederlanderschap.