De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/V.21.2.2.4:V.21.2.2.4 Normering van de intrekkingsbevoegdheid
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/V.21.2.2.4
V.21.2.2.4 Normering van de intrekkingsbevoegdheid
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS380193:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ten aanzien van de normering van de intrekkingsbevoegdheid is te zien dat met name de wetten waarin financiële beschikkingen worden geregeld een en ander bepalen ten aanzien van de werking in tijd van de intrekking. In de socialezekerheidswetgeving en de subsidietitel van de Awb is vrij gedetailleerd bepaald in welke gevallen ex tunc kan worden ingetrokken. Hetzelfde geldt voor het vreemdelingen- en nationaliteitsrecht. Voor het overige lijkt de vraag of een beschikking al dan niet met terugwerkende kracht kan worden ingetrokken vooral te worden beantwoord aan de hand van het vertrouwensen rechtszekerheidsbeginsel. Ook de bepalingen inzake financiële genoegdoening bij intrekking zijn schaars. Art. 4:50 lid 2 Awb bepaalt dat wanneer een subsidieverleningsbeschikking op een van de daar genoemde gronden wordt ingetrokken, de schade wordt vergoed die de geadresseerde lijdt doordat hij in vertrouwen op de subsidie anders heeft gehandeld dan dat hij zou hebben gedaan zonder de subsidie. Ook de Wabo kent in art. 4.2 van die wet een eigen, op het égalitébeginsel gebaseerde, regeling inzake nadeelcompensatie. Ten aanzien van het in acht nemen van een eventuele overgangstermijn bepalen de bestudeerde wetten niet veel. Enkel in de subsidietitel van de Awb en de beleidsregels van de SVB ten aanzien van de intrekking van een AOW-uitkering wordt hierover een en ander bepaald.