Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.5.5.3
II.5.5.3 Aftrek van voorbelasting
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS493025:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ 27 september 2001, zaak C-16/00, V-N 2001/55.7, r.o. 33 (Cibo). Zie ook: HvJ 16 juli 2015, zaken C-108/14 en C-109/14, BNB 2016/25, r.o. 25 en 28 (concl. A-G Mengozzi; Larentia+Minerva/Marenave; m.nt. J.J.P. Swinkels).
HvJ 22 juni 1993, zaak C-333/91, Jur. 1993, p. I-3538, r.o. 13 (Sofitam); HvJ 14 november 2000, zaak C-142/99, FED 2001/179, r.o. 23 (Floridienne/Berginvest; m.aant. J.J.P. Swinkels); HvJ 27 september 2001, zaak C-16/00, V-N 2001/55.7, r.o. 44 (Cibo); HvJ 6 september 2012, zaak C-496/11, V-N 2012/51.21, r.o. 42 (Portugal Telecom).
Voor het recht op aftrek van voorbelasting maakt het verschil of het verkrijgen en houden van obligaties al dan niet economisch van karakter is. Zo niet, dan bestaat geen recht op aftrek van voorbelasting voor de daarvoor gemaakte kosten. Als wel in de hoedanigheid van ondernemer wordt gehandeld, zijn de kosten voor het verkrijgen en houden van obligaties in beginsel algemene kosten, waarvoor pro rata recht op aftrek van voorbelasting bestaat. Daartoe leidt analoge toepassing van het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Cibo (zie nader par. 4.5.3).1 In de berekening van het pro rata blijft de rente buiten beschouwing, omdat het niet de vergoeding voor een prestatie is.2
Interessant is wat het gevolg zou zijn als een obligatiehouder toch moet worden geacht onder bezwarende titel te presteren aan de emittent. De prestatie zal dan vrijgestelde kredietverlening zijn. Daarvoor bestaat geen recht op aftrek van voorbelasting, behoudens het bepaalde in artikel 15, lid 2, onderdeel c, Wet OB 1968 (zie nader par. 6.5.4). Dit betekent dat de obligatiehouder in beginsel geen recht op aftrek van voorbelasting heeft voor directe kosten voor het verkrijgen en houden van obligaties. Verder beïnvloedt ontvangen rente het pro rata voor de aftrek van voorbelasting op algemene kosten, tenzij sprake is van opbrengsten uit bijkomstige financiële handelingen (zie nader par. 3.3.7.2 en vgl. par. 4.5.3). De vraag rijst vervolgens wanneer een obligatiehouder geacht wordt rente te ontvangen. Voor de hand ligt bij de uitkering van rente door de emittent. Maar stel dat de obligatiehouder de obligaties één dag voor de betaaldatum van de rente verkoopt. In de verkoopprijs zal dan naar verwachting rekening worden gehouden met de omstandigheid dat de koper de volgende dag de opgebouwde rente ontvangt. Ontvangt de verkoper dan van de koper de rente, al dan niet namens de emittent? Eén en ander is op zijn minst lastig bepaalbaar. In zekere zin kan daarom praktisch worden genoemd dat bij het verkrijgen en houden van obligaties geen sprake is van presteren onder bezwarende titel.