De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/9.3.0:9.3.0 Interne bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:216lid 3 BW
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/9.3.0
9.3.0 Interne bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:216lid 3 BW
Documentgegevens:
Datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- JCDI
JCDI:ADS393324:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sinds de invoering van de Wet Flex-BV kunnen bestuurders van een BV ook op grond van artikel 2:216 lid 3 BW door/namens de rechtspersoon aansprakelijk worden gesteld:
‘Indien de vennootschap na een uitkering niet kan voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden, zijn de bestuurders die dat ten tijde van de uitkering wisten of redelijkerwijsbehoorden te voorzien jegens de vennootschap hoofdelijk verbonden voor hettekort dat door de uitkering is ontstaan, met de wettelijke rente vanaf de dag van de uitkering(…) Niet verbonden is de bestuurder die bewijst dat het niet aan hem te wijten isdat de vennootschap de uitkering heeft gedaan en dat hij niet nalatig is geweest in hettreffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.’
Hieronder zal allereerst de aansprakelijkheidsnorm voor bestuurders van artikel 2:216 lid 3 BW worden uitgewerkt (paragraaf 9.3.1). Vervolgens zal worden ingegaan op deze aansprakelijkheidsgrond in geval van turboliquidatie (paragraaf 9.3.2).