Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.7.2.2:II.4.7.2.2 Hernieuwde uitgifte van bestaande aandelen
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.7.2.2
II.4.7.2.2 Hernieuwde uitgifte van bestaande aandelen
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS500350:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. art. 2:98/207 jo. 99/208 BW.
Zie ook Van Norden 2007, p. 417. Anders: M. Geers, ‘BTW en beursgang’, MBB 2001/61.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naar mijn mening geldt het oordeel uit het arrest in de zaak Kretztechnik eveneens voor een hernieuwde uitgifte van bestaande aandelen. Bestaande aandelen kunnen opnieuw worden uitgegeven nadat zij eerder zijn ingekocht, maar niet zijn ingetrokken.1 Net als de uitgifte van nieuwe aandelen strekt een hernieuwde uitgifte van bestaande aandelen tot het aantrekken van kapitaal door de vennootschap. Een mogelijk tegenargument kan worden ontleend aan de omstandigheid dat de overdracht van bestaande aandelen normaliter wel een dienst tegen vergoeding is (zie par. 4.6.1). Hierbij moet echter worden bedacht dat een vennootschap de mogelijkheid heeft bestaande aandelen na inkoop in te trekken om daarna weer geheel nieuwe aandelen uit te geven. Economisch bezien is het resultaat identiek: de uitgevende vennootschap verkrijgt financiering in ruil voor de verstrekking van een deelgerechtigdheid in haar vermogen. Naar mijn mening bestaat daarom geen aanleiding onderscheid te maken tussen deze twee situaties voor de toepassing van de Wet OB 1968.2 Een andere benadering leidt tot irrationele uitkomsten. Als het hernieuwd uitgeven van bestaande aandelen niet alleen een prestatie onder bezwarende titel is, maar ook een economisch karakter heeft, kan de vennootschap met name te maken krijgen met een beperking van haar recht op aftrek van voorbelasting (zie nader 4.6.4). De ratio van zo een aftrekbeperking zou mij volstrekt onduidelijk zijn.