De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV
Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/7.5.1:7.5.1 Inleiding
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/7.5.1
7.5.1 Inleiding
Documentgegevens:
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS386524:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Stokkermans 2008 (2), p. 118-129.
HR 17 mei 1991,NJ 1991, 645, m.nt. Ma (Lampe/Tonnema). Vgl. Pres. Rb. Utrecht 16 februari1989, KG 1989, 156.
Pres. Rb. Roermond 27 januari 2000,JOR 2000, 73, m.nt. C.J. Groffen, KG 2000, 52.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vennootschappelijke redelijkheid en billijkheid kan aan de hand van een aantal invalshoeken besproken worden. Zo kan de invalshoek van de interne verhoudingen worden genomen. Daarbij kan gedacht worden aan de verhoudingen tussen de aandeelhouders onderling met als klassiek thema de verhouding tussen meerderheids- en minderheidsaandeelhouders. Het gelijkheidsbeginsel speelt in deze verhouding bijvoorbeeld een rol. Een andere interne verhouding is de verhouding tussen het bestuur en de algemene vergadering. Als laatste noem ik de verhouding van de aandeelhouders tot de vennootschap. Een andere invalshoek is die van de wijze van besluitvorming door het bestuur en de algemene vergadering. Te denken valt daarbij in het eerste geval aan besluiten van het bestuur die voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering behoeven. In het tweede geval gaat het om voorgeschreven procedures om tot (rechtsgeldige) besluitvorming te komen, zoals oproepings- en agenderingsvereisten. Bij deze invalshoek gaat het om de formele aspecten van besluitvorming. Een volgende invalshoek is die van de materiële aspecten van de besluitvorming. Daarbij gaat het om de inhoud van het besluit zelf, bijvoorbeeld een besluit tot winstuitdeling. Ik noem een laatste invalshoek voor bespreking van de vennootschappelijke redelijkheid en billijkheid: thema’s. Zo komt Stokkermans1 tot zes thema’s: (i) voorgeschreven procedures, (ii) proportionaliteit, (iii) gelijkheid van aandeelhouders, (iv) tegenstrijdige belangen, (v) gewijzigde omstandigheden en (vi) onredelijk bezwarende bedingen.
In de rechtspraktijk en uit de te bespreken jurisprudentie blijkt dat het zelden gaat om slechts een invalshoek. Niettemin gaat het in de meeste gevallen om de uiteindelijke inhoud van het besluit. Zo speelde in het nog te bespreken Lampe/Tonnema-arrest2 de verhouding tussen meerderheids- en minderheidsaandeelhouders een rol. De Hoge Raad sanctioneerde een besluit tot wijziging van de blokkeringsregeling van een aanbiedingsregeling in een goedkeuringsregeling, zodat de aandelen in Tonnema alsnog zonder medewerking van de minderheidsaandeelhouder Lampe aan een derde (Van Nelle) konden worden verkocht. Het ging in dit arrest aldus ook om de materiële aspecten van de besluitvorming. Een ander voorbeeld is het Janssen Pers-arrest.3 Het ging daarbij om een machtstrijd binnen de vennootschap. Een meerderheid van het bestuur van de STAK, die aandelen in Janssen Pers houdt, treedt als gevolg van een misverstand te vroeg af. De enig overgebleven bestuurder, P. Janssen, ziet zijn kans schoon en maakt gebruik van de onverwachts ontstane mogelijkheid de zeggenschap in de STAK en daarmee (indirect) in Janssen Pers te herkrijgen voordat het belang van Janssen Beheer in Janssen Pers overeenkomstig het genomen emissiebesluit een minderheidsbelang zou worden. P. Janssen wist dat Janssen Pers BV zich tegenover de nieuwe aandeelhouders tot uitgifte van aandelen had verbonden. De overeengekomen storting op die nieuwe aandelen had al enige maanden eerder plaatsgevonden. De Hoge Raad oordeelde, kort gezegd, dat de door P. Janssen met gebruikmaking van de vergissing van zijn medebestuurders bewerkstelligde besluiten indien al bevoegdelijk genomen wegens strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid aan vernietiging blootstonden.
Als laatste voorbeeld noem ik het vonnis in kort geding van de president van de rechtbank Roermond.4 De volgende casus speelde. Een (enig) bestuurder hield samen met zijn echtgenote 92 procent van de aandelen in een familievennootschap. In de loop der tijd had de bestuurder alle andere familieleden uitgekocht, behalve een familielid dat de andere acht procent van de aandelen hield. Voor deze aankopen heeft de bestuurder geld van de vennootschap geleend. De bestuurder had het plan om zijn schuld aan de vennootschap door middel van een aandelenemissie en vervolgens inkoop van aandelen door de vennootschap – tegen het dubbele bedrag dan waarvoor de aandelen waren uitgegeven – ongedaan te maken of te verkleinen. Er was dus sprake van een tegenstrijdig belang. Als gevolg van de constructie zou de bestuurder een verkapt dividend ontvangen en de minderheidsaandeelhouder niets. Wegens het gebrek aan informatie (ondanks verzoek daartoe en in strijd met het bepaalde in art. 2:217 BW) had de minderheidsaandeelhouder geen gebruik gemaakt van zijn voorkeursrecht. De uitgegeven aandelen waren niet volgestort, maar gedebiteerd in de rekening-courantverhouding tussen de bestuurder en de vennootschap. Er was aldus geen sprake van een reële volstorting en daarmee was de verkrijging van de aandelen door de vennootschap nietig (art. 2:207 BW). Het inkoopbesluit betrof aldus persoonlijke motieven van de bestuurder en geen vennootschappelijk belang. De bestuurder ging er in financieel opzicht ongerechtvaardigd op vooruit, terwijl de vennootschap een groot geldbedrag verloor. Daarnaast zouden als gevolg van de constructie de door de minderheidsaandeelhouder gehouden aandelen in waarde dalen. De rechter concludeerde dan ook dat zowel in de hoedanigheid van bestuurder als van meerderheidsaandeelhouder sprake was van strijd met de vennootschappelijke redelijkheid en billijkheid.
Ik zal aan de hand van een aantal thema’s de vennootschappelijke redelijkheid en billijkheid bespreken. Ik beperk mij tot thema’s die, naar mijn mening, voor de kapitaalverschaffer zonder stemrecht die tot de kring van betrokkenen behoort relevant zijn. De te bespreken thema’s zijn: (i) het gelijkheidsbeginsel (paragraaf 7.5.2), (ii) bescherming van minderheidsaandeelhouders (paragraaf 7.5.3), (iii) besluiten die de rechten op winst en/of reserves raken (paragraaf 7.5.4), (iv) de verhouding tussen aandeelhouders onderling (paragraaf 7.5.5), (v) de zorgplicht van (het bestuur van) de vennootschap jegens de kapitaalverschaffer zonder stemrecht (paragraaf 7.5.6), (vi) het recht op informatie van de kapitaalverschaffer zonder stemrecht (paragraaf 7.5.7) en (vii) de zorgplicht van de kapitaalverschaffer met (doorslaggevend) stemrecht jegens de kapitaalverschaffer zonder stemrecht (paragraaf 7.5.8). Ik heb voor deze thema’s gekozen aan de hand de rechtspraak, de uitgangspunten van de flex-BV en de in de literatuur genoemde invalshoeken.