Toerekening van kennis aan rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/6.3.5:6.3.5 Meerdere gevolmachtigden en ondervolmacht
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/6.3.5
6.3.5 Meerdere gevolmachtigden en ondervolmacht
Documentgegevens:
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS593830:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Schaick (2011/22) merkt op dat art. 3:66 lid 2 in dit geval betrekking heeft op de volmachtgever en de substituut-gevolmachtigde. Dat zal zo zijn indien de ‘hoofd’gevolmachtigde met de totstandkoming van de rechtshandeling gee bemoeienis heeft. Heeft die echter ook een aandeel in de rechtshandeling, dan zal zijn kennis evenzeer worden toegerekend.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
153. Wanneer meerdere individuen tezamen namens de rechtspersoon een rechtshandeling tot stand brengen, is de vraag of de kennis van al deze individuen kan worden toegerekend aan de rechtspersoon. Is het ene individu ondergevolmachtigde van de ander, dan ligt het eenvoudig. Ondervolmacht bestaat wanneer de gevolmachtigde de hem verleende volmacht verleent aan een ander (art. 3:64 BW). Bij grotere rechtspersonen zal ondervolmacht veel voorkomen: een functionaris zal vaak een volmacht krijgen van zijn leidinggevende in plaats van van het bestuur. Art. 3:66 lid 2 BW kan (analoog) worden toegepast in geval van ondervolmacht en in geval van meerdere gevolmachtigden. De kennis van de (onder)gevolmachtigde komt in aanmerking naar gelang van diens aandeel in de totstandkoming van de rechtshandeling en de bepaling van haar inhoud.1 Ook in het Duitse recht werkt het zo.2
154. Wanneer een volmachtgever twee gevolmachtigden inschakelt om een rechtshandeling tot stand te brengen en de overeenkomst door beiden dient te worden ondertekend, kan de kennis van hen beiden zonder meer in aanmerking worden genomen naar gelang van hun aandeel. Soms zullen meerdere individuen met een algemene (aanstellings)volmacht binnen een rechtspersoon echter samenwerken bij de totstandkoming van een overeenkomst, zonder dat een handtekening van beiden nodig is. De vraag is of zij hun werkzaamheden dan verrichten in hun hoedanigheid van gevolmachtigde. Art. 3:66 lid 2 BW ziet op het individu dat namens de volmachtgever de rechtshandeling verricht. Is vanaf het begin duidelijk wie de overeenkomst namens de rechtspersoon zal ondertekenen, dan zou men kunnen betogen dat de overigen niet gelden als gevolmachtigden in de zin van art. 3:66 lid 2 BW en dat hun kennis dus ook niet op grond van dat artikel in aanmerking hoeft te worden genomen. Dat lijkt mij een ongewenst enge en een onjuiste uitleg van dat artikellid.
Bij dit alles komt de vraag op hoe relevant het nu eigenlijk is of de functionaris die de overeenkomst mede voorbereidt, gevolmachtigd is om zelf de rechtshandeling te verrichten. In de praktijk hoeft het aandeel in de totstandkoming van de overeenkomst van een functionaris zonder volmacht niet onder te doen voor dat van een functionaris met volmacht. Deze vraag, waarover in het Duitse recht veel geschreven is, behandel ik in hoofdstuk 7.