Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.7.5.1.3:II.7.5.1.3 Arrest in de zaak GFKL Financial Services
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.7.5.1.3
II.7.5.1.3 Arrest in de zaak GFKL Financial Services
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS497798:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie punten 53, 57 en 60 van zijn conclusie.
Zie punt 96.
G. Sinfield & L. Squires, ‘The EU VAT treatment of the assignment of debts’, International Tax Review 2012, p. 78-79; T.K.M. Rookmaaker-Penners, in: Cursus BelastingrechtOB.2.1.3.B.h (online, laatst bijgewerkt op 4 maart 2016).
Zie HvJ 26 juni 2003, zaak C-305/01, FED 2003/513, r.o. 50 (MKG-Kraftfahrzeuge-Factoring; m.aant. J.J.P. Swinkels).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Na het arrest in de zaak MKG-Kraftfahrzeuge-Factoring was onduidelijk of het overnemen van schuldvorderingen in het algemeen een factoringdienst tegen vergoeding is. In het arrest in de zaak GFKL Financial Services heeft het Hof van Justitie daarom moeten verduidelijken dat een vergoeding ontbreekt bij het kopen van vorderingen tegen de economische waarde. Over het verschil met factoring tegen vergoeding overweegt het Hof van Justitie het volgende (cursivering WJB):
‘22. Het hoofdgeding verschilt evenwel van de zaak waarin voormeld arrest MKG Kraftfahrzeuge- Factoring is gewezen doordat de cessionaris van de schuldvorderingen van decedent geen tegenprestatie ontvangt, zodat hij geen (…) dienst verricht in de zin van artikel 2, punt 1, van die richtlijn.
23. Het is juist dat er een verschil bestaat tussen de nominale waarde van de overgedragen schuldvorderingen en de koopprijs van de schuldvorderingen.
24. In het hoofdgeding vormt dat verschil echter, anders dan de factoringcommissie en de delcredereprovisie die in de zaak waarin het reeds aangehaalde arrest MKG-Kraftfahrzeuge- Factoring is gewezen werden ingehouden door de factor, geen vergoeding ter rechtstreekse beloning van een door de koper van de overgedragen schuldvorderingen verleende dienst.
25. Het verschil tussen de nominale waarde van de overgedragen schuldvorderingen en de koopprijs van die schuldvorderingen vormt immers niet de tegenprestatie voor een dergelijke dienst, maar weerspiegelt de daadwerkelijke economische waarde van die schuldvorderingen op het moment van overdracht, die wordt bepaald doordat de vorderingen onvoldaan zijn en door een verhoogd risico dat de schuldenaren in gebreke zullen blijven.’
Het kenmerkende onderscheid dat uit deze overwegingen lijkt te volgen, is dat de koper van de vorderingen in de zaak GFKL Financial Services geen vergoeding bedingt van de verkoper. Hoewel het Hof van Justitie geen expliciete uitspraak doet over de vraag of de koper al dan niet een dienst verleent, ligt dat wel in de overwegingen besloten. Anders had het oordeel beter kunnen luiden dat het kopen van schuldvorderingen in de voorgelegde casus geen dienst is. A-G Jääskinen gaat in zijn conclusie bovendien wel uitdrukkelijk op dit aspect in. Hij stelt dat de koop van vorderingen een dienst is, omdat de verkoper een extra voordeel ontvangt dat boven een simpele overdracht van vorderingen uitgaat. Hij motiveert dat als volgt:
‘45. In het onderhavige geval draagt de bank niet een individuele vordering aan GFKL over, maar een portefeuille met een groot aantal schuldvorderingen met inbegrip van de bijbehorende zakelijke en andere zekerheden, documentatie en nevenvorderingen. Het risico en de geschatte economische waarde van die portefeuille zijn door GFKL kennelijk geanalyseerd op basis van de verwachte inbaarheid van de schuldvorderingen en de geschatte waarde van de uit te winnen zekerheden. De transactie leidt tot een situatie die voor de bank duidelijk voordeliger is dan die waarin zij zich zou bevinden indien zij de inning van de schuldvorderingen zelf had voortgezet. Bovendien biedt GFKL de bank de gelegenheid om de relaties met een aantal klanten die onbevredigend zijn gebleken, te beëindigen, en ontlast zij de bank tevens van alle wettelijke en publicrelationsproblemen in verband met verdere pogingen om de schulden te innen. Al met al biedt GFKL de bank een economisch haalbare mogelijkheid om de boeken met betrekking tot 70 in gebreke gebleven klanten voorgoed te sluiten.
46. Tegen die achtergrond ben ik van mening dat de bank in het genot komt van een voordeel dat verder gaat dan de betaling van een prijs die de huidige waarde van de schuldvorderingen weerspiegelt. Met andere woorden, de bank koopt een dienst van GFKL en GFKL verricht een dergelijke dienst aan de bank.’
Ofschoon sprake is van een dienst, meent (ook) de A-G uiteindelijk dat een bezwarende titel ontbreekt. 1 Dat partijen conform het beleid van het Duitse Bundesministerium een waarde voor de dienstverlening van de koper hebben bepaald die gelijk is aan het verschil tussen de economische waarde van de vorderingen en de koopprijs, is niet van belang.2
In de hiervoor geciteerde rechtsoverwegingen 22 tot en met 25 van het arrest in de zaak GFKL Financial Services benoemt het Hof van Justitie, als gezegd, het al dan niet bedingen van een vergoeding door een koper van vorderingen als relevant verschil. Een ander verschil is dat de zaak GFKL FinancialServices over een incidentele overname van afgewaardeerde leningen gaat, terwijl de zaak MKG-Kraftfahrzeuge-Factoring een doorlopende overname van nieuw ontstane handelsvorderingen betreft. De vraag is of dit ook relevant is. Volgens het besluit van de staatssecretaris van Financiën van 5 september 2003 kan enkel bij een overeenkomst om doorlopend vorderingen over te nemen sprake zijn van factoringdiensten (zie par. 7.4.4). In de literatuur is verder betoogd dat op basis van het arrest in de zaak GFKL Financial Services de aanwezigheid van een dienst onder bezwarende titel tevens afhangt van de waarschijnlijkheid van volledige betaling op de over te nemen vorderingen.3 Ik betwijfel dit. In de zaak GFKL Financial Services komen deze omstandigheden namelijk niet als relevant naar voren, noch in het arrest noch in de conclusie, terwijl belanghebbende en Ierland er wel aandacht aan hebben besteed in hun schriftelijke opmerkingen. Als het Hof van Justitie de waarschijnlijkheid van volledige betaling van belang zou achten, had gelet op dit procedureverloop hierover een opmerking mogen worden verwacht.
Wel is van belang dat een koper van vorderingen, wil hij diensten verlenen, meer moet doen dan ‘slechts’ het ontvangen van een cessie.4 Daarbij moet bedacht worden dat het in ontvangst nemen van een bancaire overboeking (girale betaling) – met enige goede wil – al kan worden gezien als de overname van een schuldvordering. Een bankrekening vertegenwoordigt immers een schuldvordering op de bank. Dat is zeker geen dienst. De grens tussen het enkel ontvangen van een cessie en diensten verlenen aan de overdrager, is uiteindelijk een feitelijke kwestie.