Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/I.1.6.2
I.1.6.2 Karakter Btw-richtlijn
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS500208:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Dat valt, onder meer, te verklaren en te rechtvaardigen doordat de Btw-richtlijn mede de basis vormt voor de vaststelling van de eigen middelen van de EU. De vaststelling van de eigen middelen van de EU is geregeld in Besluit 2007/436/EG, Euratom. Zie over de toelaatbaarheid van vergaande detaillering van een richtlijn S. Prechal, Directives in EC Law, Oxford (GB): Oxford University Press 2005, p. 14-15.
HvJ 26 februari 1986, zaak 152/84, Jur. 1986, p. 750 (Marshall); HvJ 8 oktober 1997, zaak 80/86, NJ 1988, 1029 (Kolpinghuis). Zie nader S. Prechal, Directives in EC Law, Oxford (GB): Oxford University Press 2005, p. 260-261.
Bv. HvJ 23 mei 1985, zaak 29/84, Jur. 1985, p. 1661 (Commissie/Duitsland).
HvJ 5 februari 1963, zaak 26/62, BNB 1964/134 (concl. A-G Roemer; Van Gend en Loos); HvJ 15 juli 1964, zaak 6/64, Jur. 1964, p. 585 (Costa/ENEL).
In aanvulling hierop kan de aansprakelijkheid van een lidstaat voor door justitiabelen gelden schade wegens het niet of onjuist implementeren van een richtlijn worden genoemd. Zie daarover HvJ 19 november 1991, zaak C-6/90, NJ 1994, 2 (Francovich); HvJ 30 september 2003, zaak C-224/01, BNB 2004/151 (concl. A-G Léger; Köbler; m.nt. P.J. Wattel).
De Btw-richtlijn is een wetgevingsproduct van de EU. Zoals alle richtlijnen is zij op basis van artikel 288 VWEU voor de lidstaten verbindend wat betreft het te bereiken resultaat. De vorm en de middelen om dat resultaat te bereiken, mogen de lidstaten in beginsel zelf kiezen. Die vrije keuze van vorm en middelen is in het geval van de Btw-richtlijn betrekkelijk gering. De Btw-richtlijn schrijft de lidstaten namelijk bepaald gedetailleerd het te bereiken resultaat voor.1 Dit resultaat is het heffen van een nauwkeurig omschreven omzetbelasting. Tevens is in belangrijke mate voorgeschreven hoe die heffing moet worden geëffectueerd.
Omdat de Btw-richtlijn tot de lidstaten is gericht, hetgeen ook artikel 414 Btw-richtlijn tot uitdrukking brengt, kunnen daaruit niet rechtstreeks verplichtingen voor burgers jegens lidstaten voortvloeien.2 Daarvoor is omzetting in nationaal recht vereist. Bij een richtlijn met een inhoud als die van de Btw-richtlijn vereist de rechtszekerheid bovendien dat dit nationale recht in beginsel de vorm van een wet heeft. Een ambtelijke circulaire, die eenvoudig te wijzigen is, volstaat niet.3 De Nederlandse omzetting van de Btw-richtlijn is in overeenstemming hiermee in en krachtens de Wet OB 1968 geregeld.
Uit het omzettingsvereiste mag niet worden afgeleid dat de Btw-richtlijn, en daarmee de jurisprudentie van het Hof van Justitie over die richtlijn, alleen indirect doorwerkt in de Nederlandse rechtsorde. Integendeel, het Unierecht vormt een onderdeel van de Nederlandse rechtsorde en het heeft daarbinnen in principe voorrang.4 In het geval van richtlijnen zijn exponenten van deze doorwerking de verplichting tot richtlijnconforme uitleg van nationaal recht en, onder omstandigheden, de rechtstreekse werking van richtlijnen.5