Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/4.2.1
4.2.1 Bronnen van verbintenissen
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS376768:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Voetnoten
Voetnoten
Zweigert en Kötz 1998, p. 181.
Samuel en Rinkes 1991, p. 4.
‘Tort’ is de algemene aanduiding voor een aantal acties voor onrechtmatig handelen, zie J. Edelman en J. Davies, ‘Torts and Equitable Wrongs’ in: Burrows 2007, par. 17-04; G. Wagner, ‘Comparative Tort Law’, in Reimann en Zimmermann 2008, p. 1006.
Dat daarnaast een vierde categorie bestaat van miscellaneous events waaruit verbintenissen kunnen voortvloeien, vindt langzaam erkenning, zie Birks 1997, p. 19.
Tettenborn 1994, Preface; Samuel en Rinkes 1991, p. 37; Cartwright 2007, p. 48. Er wordt wel geschreven over een Engelse law of obligations, zie bijv. Birks 1997.
Fried 1981, p. 13.
Burrows 1998, p. 3.
Treitel 2011, par. 2-01.
180. Naar Nederlands recht staat de abstracte notie van ‘de rechtshandeling’ centraal bij het vrijwillig creëren van verbintenissen. Engels recht daarentegen neemt een concreet feitencomplex tot uitgangspunt en beantwoordt op basis daarvan de vraag of een vordering kan worden ingesteld.1 Door het ontbreken van een burgerlijk wetboek heeft het privaatrecht zich ontwikkeld op basis van jurisprudentie. Het Engelse recht houdt zich niet zozeer bezig met de vraag of een handeling (al dan niet beoogd) rechtsgevolg creëert, maar of een eiser in een gerechtelijke procedure met succes kan bepleiten dat de gedaagde schadevergoeding moet betalen of een handeling moet verrichten. Engels recht stelt remedies centraal, niet rechten.2
Drie bases voor een vordering kunnen worden onderscheiden: contract, tort3 en restitution for unjust enrichment.4 Deze worden gezien als zelfstandige bronnen van verbintenissen en niet als aan elkaar gerelateerde categorieën die deel uitmaken van een overkoepelend verbintenissenrecht.5Contract heeft betrekking op bindende beloften,6tort op onrechtmatige gedragingen en restitution op ongerechtvaardigde verrijking.7 In civil law systems zoals het Nederlandse is het verbintenissenrecht meer dan de som van contract, onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking. Het is het deel van het privaatrecht dat zich bezighoudt met persoonlijke rechten, rechten die voortvloeien uit een rechtsbetrekking tussen twee personen. Naar Nederlands recht is iedere handeling en iedere gebeurtenis met rechtsgevolg een species van de genus rechtsfeit, een gemene deler die ontbreekt naar Engels recht. Engels recht streeft geen waterdicht systeem na waarin alle juridisch relevante gedragingen tussen personen een plaats hebben. Als een feitencomplex de vereisten niet vervult, wordt de vordering afgewezen.
Doordat er geen doctrine van rechtshandelingen is, wordt geen noodzaak gevoeld tot het categoriseren van alle voorbeelden van eenzijdig, juridisch relevant gedrag. De verschillende structuur van Nederlands en Engels recht betekent niet automatisch dat er ook een inhoudelijk verschil is. Eenzijdig handelen kan ook naar Engels recht resulteren in beoogd rechtsgevolg. Omdat het concept ‘rechtshandeling’ onbekend is in het Engelse recht, spreek ik hierna van ‘eenzijdig handelen met beoogd rechtsgevolg’.
181. Het vrijwillig in het leven roepen van rechtsgevolg kan naar Engels recht alleen vormvrij met een contract. Alternatief kan een (aan vormvoorschriften onderworpen) deed worden gebruikt. Voor de totstandkoming van een contract is een agreement vereist, dat moet volgen uit aanbod en aanvaarding, en daarmee de instemming van beide partijen.8