Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.5.10.1:II.5.10.1 Onzekerheid of obligatierente de vergoeding voor krediet kan zijn
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.5.10.1
II.5.10.1 Onzekerheid of obligatierente de vergoeding voor krediet kan zijn
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS499134:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Henkow 2008, p. 169-171; Samenwerkingsverbanden in de omzetbelasting (Geschriften van de Vereniging voor Belastingwetenschap, No. 214), Deventer: Kluwer 2000, p. 78.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naar mijn mening heeft het Hof van Justitie in de zaak Harnas & Helm een fundamentele keuze gemaakt door obligaties voor de toepassing van de omzetbelasting met aandelen gelijk te stellen en niet met onderhandse leningen. Die keuze beperkt zich niet tot het ondernemerschap, waar de zaak Harnas & Helmin de kern over handelde, maar strekt zich ook uit tot het prestatiebegrip. Het houden van een obligatie is naar mijn mening dus nooit een dienst onder bezwarende titel. In de literatuur is echter verdedigd dat het Hof van Justitie na het arrest in de zaak Harnas & Helm (ook) voor obligaties ‘om’ is gegaan door in de zaak EDM te oordelen dat ontvangen rente op depositocertificaten en schatkistpapier een vergoeding voor kredietverlening is.1 Naar mijn mening is dit niet het geval (zie par. 5.5.1 en 5.8), maar het geeft wel aan dat sprake is van rechtsonzekerheid.