Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/11.7.1
11.7.1 Inleiding
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS598519:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Bij NV en BV: besluit met algemene, schriftelijk uitgebrachte, stemmen (art. 2:128/238 BW); bij de vereniging, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij: eenstemmig besluit van alle leden of afgevaardigden, mits genomen met voorkennis van het bestuur (art. 2:40 lid 2 BW).
Zie Dortmond e.a. 2013, p. 438, voetnoot 169, onder verwijzing naar HR 15 juli 1968, NJ 1969/101 (Wijsmuller).
Een uitzondering daarop vormen verenigingen van eigenaren van appartementencomplexen met koop- en huurwoningen. Daarin heeft een grote verhuurder nog weleens de meerderheid van stemmen. Dit geval laat ik hier buiten beschouwing.
569. In deze paragraaf staan kwesties centraal zoals de volgende. Een bestuurder krijgt van de algemene vergadering van aandeelhouders (hierna ook: ava) decharge over zijn handelen in het afgelopen jaar. In dat jaar heeft de bestuurder op ernstig verwijtbare wijze schade aan de rechtspersoon toegebracht. Dit feit wordt niet in de ava besproken, maar de grootaandeelhouder is daarvan wel op de hoogte. Wist mét de grootaandeelhouder ook de ava van deze grond voor aansprakelijkheid van de bestuurder? Hield de decharge dientengevolge ook een ontslag in uit deze aansprakelijkheid? En indien dit ernstig verwijtbare gedrag grond zou vormen voor een ontslag op staande voet, wanneer gaat de daarvoor geldende ‘onverwijldheidstermijn’ dan in? Tot het verlenen van dat ontslag is alleen de ava bevoegd, maar gaat de termijn al lopen zodra de grootaandeelhouder over de relevante kennis beschikt? Met andere woorden: geldt de kennis die de grootaandeelhouder bezit in een andere hoedanigheid dan die van deelnemer aan de ava als de kennis van de meerderheid van die ava?
Zoals is behandeld in par. 8.8, kent de wet aan de algemene vergadering van de naamloze en de besloten vennootschap in enkele specifieke gevallen de bevoegdheid toe om de vennootschap te vertegenwoordigen. De algemene vergadering doet dat door middel van het nemen van een besluit met direct externe werking. Een dergelijk besluit is een rechtshandeling van de rechtspersoon. De kennis van de rechtspersoon bij het verrichten van deze rechtshandeling wordt dan ook bepaald door de kennis van de algemene vergadering. Ook wanneer de algemene vergadering besluiten neemt met indirect externe werking, zoals de goedkeuring van bepaalde rechtshandelingen of besluiten, geldt de kennis van de algemene vergadering als kennis van de rechtspersoon.
De ava zal vaak bestaan uit meerdere personen. Indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan, kan de ava buiten vergadering besluiten nemen.1 De basale veronderstelling van de wet is echter dat een bijeenkomst plaatsvindt waarbinnen informatie en standpunten worden uitgewisseld.2 Nu kan het voorkomen dat de enig aandeelhouder, degene met een meerderheid van de aandelen of een groep aandeelhouders die samen de meerderheid vormen (hierna ook eenvoudigweg: de grootaandeelhouder), bepaalde kennis bezit die niet uitdrukkelijk in het kader van de vergadering wordt uitgewisseld of op papier wordt gezet. Dit betekent dat de grootaandeelhouder die kennis weliswaar bezit, maar niet in zijn hoedanigheid van deelnemer aan de algemene vergadering. Dan speelt de vraag of zijn kennis niettemin geldt als kennis van de algemene vergadering.
De Hoge Raad heeft deze vraag uitdrukkelijk beantwoord ten aanzien van één type besluit, namelijk de decharge van de bestuurder. Ten aanzien van een ander type besluit, te weten het ontslag op staande voet van een statutair bestuurder, kan het antwoord worden afgeleid uit jurisprudentie over het ontslag op staande voet van andere functionarissen dan bestuurders. In deze paragraaf bespreek ik die jurisprudentie. Ook onderzoek ik, zij het summier, of een vuistregel te formuleren is voor de toerekening van de kennis van een grootaandeelhouder aan de vennootschap in geval van aandeelhoudersbesluiten met externe werking. Ik beperk het onderzoek tot besloten en naamloze vennootschappen. Ook verenigingen hebben een algemene vergadering, maar daar is het uitgangspunt dat elk lid één stem heeft (art. 2:38 lid 1 BW). Anders dan bij vennootschappen zal het niet snel voorkomen dat enkele leden de meerderheid van de vergadergerechtigden vormen.3