Toerekening van kennis aan rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/9.12.4:9.12.4 Strekking van de norm
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/9.12.4
9.12.4 Strekking van de norm
Documentgegevens:
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS600775:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ik het goed, dan gebruikt A-G Hartlief in zijn conclusie voor HR 7 oktober 2016, JOR 2016/325, de term ‘context van het leerstuk’ ter aanduiding van hetzelfde gezichtspunt (zie par. 4.66-4.67 van die conclusie).
Zie voetnoot 773.
Timmerman 2000, p. 125-126; Hoekzema 2000, p. 107-110 en 206-208; Lennarts 2002, p. 59-61; Spanjaard 2005 (naar aanleiding van Idee 2); Verbunt & Van den Heuvel 2007, p. 218; De Valk 2009, p. 65-66.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
375. De strekking van de norm is naast de voorzienbare relevantie van de informatie en de aanleiding tot het opvragen van informatie het belangrijkste gezichtspunt bij de toerekening van kennis.1 In par. 9.9 ging ik hier al uitgebreid op in. Ik betoogde onder meer dat de door de norm vereiste mate van subjectiviteit van kennis een indicatie geeft voor de strekking van die norm.
Het BGH noemt de strekking van de norm – naar mijn mening ten onrechte – niet uitdrukkelijk als relevante omstandigheid. Duitse auteurs hechten er wel veel waarde aan.2 Nederlands auteurs achten de strekking van de norm van belang voor kennistoerekening, maar verwijzen alleen naar jurisprudentie over standaardgevallen.3