Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/II.2.1.2.1
II.2.1.2.1 Bronnen
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS378934:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Ook in deel III (bijzondere wetgeving) komt jurisprudentie aan bod. Deze jurisprudentie heeft echter betrekking op de specifieke intrekkingsregelingen die in dat deel worden geanalyseerd.
Te raadplegen via www.reneual.eu.
Art. III-2 lid 1 Model rules. Voor de eenheid in dit boek wordt ook in het kader van de Model Rules de term beschikking gehanteerd.
Artt. III-35 en III-36 Model Rules.
www.reneual.eu (klik op ELI/ReNEUAL joint statement). Vgl. voorts Book 1 van de Model Rules, p. 2: ‘The ReNEUAL Model Rules follow an approach of “innovative codification”. This involves a new law bringing together in one document existing principles, which are scattered across different laws and regulations and in the caselaw of courts.’ Zie ook p. 3: ‘Inspiration can be drawn from many of the Member States’ laws on administrative procedure […].’
Het theoretisch kader wordt gevormd door algemene beginselen en uitgangspunten die van belang zijn bij de intrekking. Deze beginselen en uitgangspunten kunnen in de eerste plaats worden afgeleid uit de Nederlandse literatuur en dogmatiek. Met name in de algemeen bestuursrechtelijke literatuur wordt het leerstuk van de intrekking veelvuldig beschreven. Daarnaast zijn aanknopingspunten te vinden in de rechtspraak. Ten eerste hebben de verschillende bestuursrechters zich uitgelaten over allerlei facetten van het leerstuk van de intrekking. Gewezen kan bijvoorbeeld worden op de jurisprudentie met betrekking tot de bevoegdheid tot intrekking en de temporele werking van de intrekking. Daaruit kunnen algemene, met name op vertrouwen en rechtszekerheid gebaseerde, aanknopingspunten worden afgeleid.1 Naast rechtspraak van de nationale rechter, is de rechtspraak van rechters op Europees niveau van belang. Ook hieruit kunnen beginselen en uitgangspunten worden afgeleid. Zo heeft het EHRM zich herhaaldelijk uitgelaten over de relatie tussen de figuur van de intrekking en diverse in het EVRM neergelegde fundamentele rechten. Gewezen kan worden op art. 6 EVRM (recht op een eerlijk proces) en art. 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM (hierna: EP), waarin het recht op eigendom is neergelegd. Ook de jurisprudentie van het HvJ EU is hierbij van belang, bijvoorbeeld inzake beslissingen tot intrekking die het karakter hebben van een sanctie. Eveneens kan worden gewezen op de jurisprudentie met betrekking tot de zogenaamde Europese subsidies en staatssteun. Voorgaande bronnen bieden een breed scala aan uitgangspunten en beginselen die belangrijke bouwstenen vormen voor een theoretisch kader.
Op Europees niveau valt voorts te wijzen op de zogenaamde Model Rules afkomstig van het Research Network on EU Administrative Law (afgekort als ReNEUAL),2 welke voortkomen uit het project Towards Restatements and Best Practice Guidelines on EU Administrative Procedural Law. Het betreft zogenaamde modelregels voor het bestuursrechtelijk handelen van de instellingen van de Europese Unie.3 De Model Rules bestaan uit een zestal boeken, waar een veelheid aan onderwerpen in is neergelegd. Het derde boek bevat bepalingen inzake single case decision making. Een van de centrale begrippen in dit boek is het begrip decision. Dit begrip wordt als volgt gedefinieerd:
‘“Decision” means administrative action addressed to one or more individualized public or private persons which is adopted unilaterally by an EU authority, or by a Member State authority when Article III-1(2) is applicable, to determine one or more concrete cases with legally binding effect.’4
In het derde boek is een tweetal bepalingen inzake intrekking van deze decisions te vinden.5
De Model Rules zijn interessant, omdat algemene uitgangspunten van zowel het Unierecht als het nationale recht van de lidstaten aan deze regels ten grondslag liggen. In de Joint Statement bij de Model Rules wordt daarover het volgende opgemerkt:
‘ReNEUAL was set up in 2009. Its mission was to develop a set of model rules on EU administrative procedure. These model rules are meant to reinforce general principles of EU law and to codify best practices identified in existing EU legislation or national legal orders.’6
Tot slot vormt het Duitse recht met betrekking tot intrekking van beschikkingen een bron voor het in dit boek geformuleerde theoretisch kader. Met betrekking tot de beschikking, vrij vertaald als Verwaltungsakt, heeft een uitgebreide theorievorming plaatsgevonden. De intrekking van beschikkingen is reeds lang een bekende figuur in het Duitse recht. Een en ander heeft eind jaren 70 geresulteerd in een uitvoerige codificatie daarvan in het Verwaltungsverfahrensgesetz. Aan deze algemene regeling liggen algemene uitgangspunten en beginselen ten grondslag die gemeenschappelijk zijn aan het Nederlandse en Europese stelsel. Om die reden wordt het theoretisch kader mede op het Duitse recht gefundeerd. Hierbij wordt opgemerkt dat de aandacht voor het Duitse recht in deel II beperkt blijft tot deze algemene beginselen en uitgangspunten. Een gedetailleerde bespreking en analyse van de Duitse regeling inzake intrekking komt in deel IV (rechtsvergelijking) aan bod.
Uit het voorgaande blijkt dat het theoretisch kader niet uitsluitend op het nationale recht gebaseerd is. Immers, ook de Europese en Duitse dogmatiek en wetgeving inzake intrekking spelen een rol. Deze rechtsstelsels worden gehanteerd als referentiekader voor de nadere vormgeving van het theoretisch kader. Verwijzing naar bijzondere wetgeving zal in dit deel van het boek plaatsvinden voor zover dit van belang is om algemene uitgangspunten en beginselen in wetten te traceren die gemeenschappelijk zijn aan de bijzondere regelingen, het ongeschreven bestuursrecht en aan de Europese en Duitse referentiekaders. In deel II gaat het uitdrukkelijk niet om het uitgebreid bestuderen van de bijzondere wetgeving, maar om het destilleren van algemene uitgangspunten en beginselen die aan deze wetten ten grondslag liggen. De bijzondere wetgeving zelf komt uitgebreid aan bod in deel III van dit boek. In dat deel wordt getoetst of de analyse van de bijzondere wetgeving past binnen het in deel II tot stand gebrachte (en voor een belangrijk deel los van de bijzondere wetten geformuleerde) theoretisch kader.