Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/2.2
2.2 Onderlinge verbanden tussen de uitbestedingsregelingen
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS595231:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Stcrt. 2001, 65, p. 23.
Stcrt. 2002, 13, p. 24.
De Imu is thans niet meer te vinden op de website van de AFM. Meer over de Imu: Schouten 2004, p. 134-139.
Stcrt. 2004, 20, p. 61.
Stcrt. 2004, 20, p. 61.
Joosen 2007, p. 249; Bakkers 2006, voetnoot 6.
Kamerstukken II, 2003-2004, 29708, nr. 3, p. 4-10. Zie verder: Grundmann-van de Krol 2010b, p. 59; Schlingmann 2007, p. 624 en Grundmann-van de Krol 2006, par. 1.
Grundmann-van de Krol 2012, p. 17; Grundmann-van de Krol 2006, par. 1.
Art. 3:18, lid 1, Wft, art. 4:16, lid 1, Wft en art. 5:31 Wft.
Art. 38 Bgfo.
Sectorale aanvullingen voor beleggingsinstellingen bestonden al in de Nederlandse regelgeving als gevolg van de implementatie van de Icbe 2-richtlijn. Deze aanvullingen zijn later, door nieuwe Europese richtlijnen voor beleggingsinstellingen, uitgebreid. Het gaat om de Icbe 4-richtlijn en de Icbe 5-richtlijn (de laatste is op het moment van schrijven nog een voorstel). Voorts is er de AIFMD die geldt voor de meeste beleggingsinstellingen die geen icbe zijn.
Op grond van de MiFID en de Uitvoeringsrichtlijn MiFID.
Op grond van de Richtlijn betaaldienstverleners.
Op grond van Solvency II. Zie daarover ook Kerckhaert en Van Zalinge 2012 en Pos 2009, p. 203.
IOSCO Delegation of functions 2000. Dit rapport is zelf overigens terug te voeren op een IOSCO-rapport uit 1994 dat gewijd was aan de regulering van beheerders van beleggingsinstellingen (IOSCO Report on investment management 1994). Voor zover mij bekend werd in het rapport uit 1994 voor de eerste maal in de internationale financiële sector aandacht besteed aan de regulering van uitbesteding.
Joint Forum-richtlijnen 2005, p. 8. De Joint Forum-richtlijnen 2005 zijn bedoeld als een basisregeling voor elke financiële sector en de IOSCO-richtlijnen 2005 als een aanvulling voor “market intermediaries”. Bij zulke “market intermediaries” moet men naar Nederlands recht denken aan beleggingsondernemingen en beleggingsinstellingen.
CEBS-richtlijnen 2006, p. 1.
Committee of European Securities Regulators. CESR heet thans ESMA en is voor de sector van beleggingsinstellingen en beleggingsondernemingen de evenknie van de CEBS/EBA.
CEBS-richtlijnen 2006, p. 1.
Overweging 37, Solvency II.
Icbe’s zijn een bepaald type beleggingsinstellingen. Naar de Engelse benaming worden ze vaak ook UCITS genoemd.
De AIFMD ziet op een ander type beleggingsinstellingen dan icbe’s, maar de Europese regelgever heeft ervoor gezorgd dat deze twee richtlijnen nauw op elkaar aansluiten (Overwegingen 9, 20 en 42, Icbe 5-richtlijn).
ESMA Advice on implementing measures AIFMD 2011, p. 123-124.
De richtlijn bevat wel enkele bepalingen inzake uitbesteding in verband met de solvabiliteitseisen aan banken. Ze bevat geen bepalingen inzake de aansturing van uitbestedingen.
Zie Principe 18 en randnummers 29 en 30 van de EBA Guidelines on Internal Governance 2011.
Omwille van de volledigheid, merk ik nog op dat in een enkel geval er ook sprake is of lijkt van een alternatieve route van beïnvloeding. Zo wordt in de toelichting op de Bu expliciet verwezen naar het IOSCO-rapport “Delegation of functions”, uit 2000 (Stcrt. 18 januari 2002, nr. 13, p. 24). In de literatuur is opgemerkt dat de oorspronkelijke (maar later gewijzigde) CEBS-definitie van uitbesteding ten dele geïnspireerd lijkt op de Nederlandse definitie van uitbesteding (Czech & Szlachetka 2009, voetnoot 17).
Vóór de invoering van de Pensioenwet en de Wft in 2007 ontbrak in de meeste gevallen een wettelijke regeling voor uitbesteding. Vanaf 1 januari 2006 vormde de Wfd een (summiere) uitzondering.1 Iets eerder, vanaf 1 september 2005, bevatte de Btb een (op de Wtb gegronde) regeling.2
Wel hadden de toezichthouders regels gesteld: de “voormalige toezichthouderregels”. Voor banken betrof dat de Regeling organisatie en beheersing (Rob),3 voor beleggingsinstellingen de Beleidsregel uitbesteding (Bu),4 voor effecteninstellingen de Interpretatieve mededeling uitbesteding (Imu),5 voor verzekeraars de Regeling uitbesteding verzekeraars (Ruv)6 en voor pensioenfondsen de Beleidsregel uitbesteding pensioenfondsen (Bup).7 De Rob stond hierbij model voor de meeste andere toezichthouderregels, waaronder de Bup. Alleen de Imu week sterk af van de andere voormalige toezichthouderregels. De Imu blonk echter niet uit in duidelijkheid, zodat in de praktijk de Rob erop werd nageslagen.8
De voormalige toezichthouderregels waren sectoraal opgesteld. Ook het toezicht was destijds immers sectoraal georganiseerd. Met de invoering van de Pensioenwet en de Wft werden deze sectorale toezichthouderregels vervangen door een wettelijke regeling. Daarbij werd het toezicht “gekanteld”: van een sectoraal georganiseerd toezichtmodel werd overgestapt op een functioneel toezichtmodel met DNB als prudentiële toezichthouder en de AFM als gedragstoezichthouder. Ook werden de materiële normen, die voorheen over sectorale wetten waren verdeeld, gestroomlijnd.9
In ieder geval voor wat betreft de uitbestedingsregels zijn het “kantelen” en het stroomlijnen nooit helemaal gelukt. De invoering van de Wft werd als beleidsarme operatie opgezet: inhoudelijke wijzigingen moesten zo beperkt mogelijk blijven.10 De stroomlijning heeft wel geleid tot enkele algemene bepalingen die voor alle typen ondernemingen gelden. Het betreft de bepalingen dat de uitbesteder er zorg voor draagt dat zijn dienstverlener de op hem toepasselijke Wft-regels inzake de uitbestede activiteiten naleeft11 en dat uitbesteding het toezicht niet mag belemmeren.12 Van meet af aan waren er niettemin sectorale aanvullingen voor beleggingsinstellingen13 en voor DNB-vergunde ondernemingen.14 Die sectorale verschillen namen daarna alleen maar toe naarmate steeds meer, sectoraal opgestelde, Europese richtlijnen werden geïmplementeerd. De uitbestedingsregels op grond van de Wft zijn daardoor sectoraal (verder) aangevuld voor beleggingsinstellingen,15 beleggingsondernemingen,16 betaaldienstverleners17 en verzekeraars.18
De uitbestedingsregels voor beleggingsondernemingen en verzekeraars zijn terug te voeren op een adviesrapport van de IOSCO uit 2000. In dit rapport gaf de IOSCO advies over de regulering van uitbesteding door beheerders van beleggingsinstellingen.19 Dit advies was gebaseerd op een omvangrijk onderzoek naar de wijze waarop uitbesteding in de aangesloten landen was gereguleerd. In 2005 publiceerden de IOSCO en het Joint Forum richtlijnen over uitbesteding. Deze richtlijnen zijn gezamenlijk opgesteld.20 Het is dan ook niet verbazend dat hierin duidelijk het voorwerk van de IOSCO te herkennen is. In 2006 volgde de CEBS met haar eigen richtlijnen. Deze CEBS-richtlijnen zijn echter ook weer gebaseerd op de IOSCO- en Joint Forum-richtlijnen.21 Het CEBS heeft in samenwerking met CESR22 ervoor gezorgd dat deze CEBS-richtlijnen in overeenstemming zijn met de dan inmiddels aangenomen Uitvoeringsrichtlijn MiFID.23 De uitbestedingsregels in Solvency II ten slotte zijn weer gebaseerd op de MiFID-uitbestedingsregels en de Joint Forum-richtlijnen.24
De inhoud van de uitbestedingsregels in de Pensioenrichtlijn, de Richtlijn betaaldienstverleners en de richtlijnen inzake beleggingsinstellingen kon ik niet herleiden tot deze internationale richtlijnen. Wel was bij de invoering van de Wft in 2007 al rekening gehouden met de uitbestedingsregels uit de Icbe 2-richtlijn.25 De uitbestedingsregels uit de latere Icbe 4- en 5-richtlijn en de AIFMD bouwen op deze eerdere Icbe 2-richtlijn voort.26
Bovendien sluit ESMA voor de interpretatie van de uitbestedingsregels in de AIFMD aan bij de uitbestedingsregels op grond van MiFID.27
De Bankenrichtlijn bevat geen (relevante) bepalingen inzake uitbesteding.28 De EBA is niettemin van mening dat artikel 22 van de Bankenrichtlijn, inzake de governance van de bank, mede ziet op uitbestedingssituatiesen dat daarbij de CEBS-richtlijnen moeten worden toegepast.29
De Nederlandse uitbestedingsregels zijn oorspronkelijk dus gebaseerd op de voormalige toezichthouderregels. Zij zijn later (sectoraal) aangevuld met de implementatie van uitbestedingsvoorschriften uit diverse Europese richtlijnen. Ten minste een aantal van deze Europese richtlijnen is op hun beurt sterk beïnvloed door de internationale richtlijnen. Voor andere Europese richtlijnen is een dergelijke invloed van de internationale richtlijnen niet uit te sluiten, maar in ieder geval niet vast te stellen.30