Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/II.6.2.1
II.6.2.1 Overtreding
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS378942:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder meer Hartmann en Van Russen Groen 1998, p. 90, Van Wijk/Konijnenbelt en Van Male 2014, p. 475, en Schlössels en Zijlstra 2010, p. 377.
Daarbij moet worden opgemerkt dat deze bepaling niet van toepassing is op de intrekking van beschikkingen bij wijze van sanctie. Zie Kamerstukken II 2003/04, 29702, nr. 3, p. 76. Ook wordt in de literatuur wel betoogd dat deze definitie minder goed past bij de intrekking bij wijze van sanctie. Een intrekking kan immers bezwaarlijk bestempeld worden als het opleggen van een verplichting. Ook het onthouden van een aanspraak past hierbij minder goed. In de literatuur wordt daarom wel betoogd dat, in geval van de intrekking van beschikkingen bij wijze van sanctie eerder sprake is van het ontnemen van een aanspraak. Vgl. bijvoorbeeld Michiels en De Waard 2007, p. 25 en Van Buuren, Jurgens en Michiels 2011, p. 14 en Michiels 2013, paragraaf 6. Anders: Van Wijk/Konijnenbelt en Van Male 2014, p. 476.
Zie ook ABRvS 20 november 2002, JB 2003/18 m.nt. Albers (Regionale Zeeuwsch-Vlaamse woningbouwvereniging) en ABRvS 20 november 2002, AB 2003/173 m.nt. Verheij. Anders: ABRvS 10 september 1996, JB 1996/214 m.nt. AHW en ABRvS 1 november 1999, JB 1999/301 m.nt. Albers en Seerden, waarin de Afdeling (om mij niet duidelijke redenen) overweegt dat een korting van 100% op een schadeloosstelling wegens het niet voldoen aan een in de Veewet neergelegde inlichtingenplicht geen sanctie is. Zie ook ABRvS 22 april 1996, AB 1997/40, waarin de Afdeling overweegt dat de intrekking van een subsidie (wegens het verstrekken van onvolledige informatie bij de aanvraag) niet kan worden aangemerkt als een sanctie, nu het enkel gaat om de vaststelling achteraf dat appellanten een subsidie hebben ontvangen hoewel zij niet aan de daarvoor gestelde eisen voldeden.
Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat deze bepaling niet rechtstreeks van toepassing is op de intrekking bij wijze van sanctie. Vgl. Kamerstukken II 2003/04, 29702, nr. 3, p. 76.
Kamerstukken II 2003/04, 29702, nr. 3, p. 77.
Artikel 5.19 lid 1 aanhef en onder c Wabo.
Zie bijvoorbeeld art. 5.19 lid 1 aanhef en onder a Wabo.
Hartmann en Van Russen Groen 1998, p. 90, Van Wijk/Konijnenbelt en Van Male 2014, p. 475, Dieperink 2003, p. 74.
Dat zou anders kunnen zijn wanneer een reeds belastende beschikking ten nadele van de geadresseerde wordt gewijzigd.
Van Wijk/Konijnenbelt en Van Male 2014, p. 439. De auteurs omschrijven sancties als: ‘door het publiekrecht voorziene belastende maatregelen die de overheid jegens een burger kan aanwenden in verband met de overtreding van een verplichtende bestuursrechtelijke norm’. Zie ook Schlössels en Zijlstra 2010, p. 961, Rogier 1992, p. 135, Michiels en De Waard 2007, p. 9.
Zoals gezegd wordt de intrekking gekwalificeerd als sanctie wanneer deze een reactie vormt op een door de geadresseerde begane overtreding, meer algemeen aangeduid als normschending of onrechtmatig gedrag.1 Een en ander kan ook worden afgeleid uit art. 5:2 lid 1 aanhef en onder a Awb. In deze bepaling wordt een bestuurlijke sanctie gekwalificeerd als ‘een door een bestuursorgaan vanwege een overtreding opgelegde verplichting of onthouden aanspraak’.2,3
Een volgende vraag is wanneer nu precies van een overtreding wordt gesproken. Ook hiervoor is een aanknopingspunt te vinden in de Awb. Art. 5:1 lid 1 van deze wet definieert een overtreding als ‘een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift’.4,5 Het kan daarbij zowel om een handelen als een nalaten gaan.6 In de eerste plaats kan overtreding plaatsvinden van de voorschriften die aan de beschikking zijn verbonden. Wanneer bijvoorbeeld voorschriften die aan een omgevingsvergunning om te bouwen zijn verbonden niet worden nageleefd, kan dit aanleiding zijn om tot intrekking van de beschikking over te gaan.7 Daarnaast kan het zo zijn dat de regeling waarop de beschikking steunt (bijvoorbeeld de subsidieregeling op basis waarvan subsidie wordt verstrekt) niet wordt nageleefd. Ook dan kan, mede gelet op hetgeen is bepaald in art. 5:1 lid 1 Awb, worden gesproken van een overtreding. Van een overtreding is voorts sprake, indien de geadresseerde in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige informatie verstrekt. Op grond van art. 4:2 lid 2 Awb is een aanvrager immers in algemene zin gehouden alle voor de beslissing relevante informatie te verschaffen waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens kan leiden tot intrekking van de op basis van die gegevens gegeven beschikking.8
Voor de volledigheid moet hier worden vermeld dat slechts de intrekking van een begunstigende beschikking een sanctie kan opleveren.9,10 Een sanctie is immers een voor de geadresseerde belastende maatregel.11 Een en ander kan genuanceerder liggen wanneer een reeds belastende beschikking ten nadele van de geadresseerde wordt gewijzigd.