De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/III.10.2.1:III.10.2.1 Intrekking omgevingsvergunning op grond van paragraaf 2.6 Wabo
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/III.10.2.1
III.10.2.1 Intrekking omgevingsvergunning op grond van paragraaf 2.6 Wabo
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS375275:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van den Boom 2010, p. 229.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Paragraaf 2.6 Wabo is getiteld ‘Wijziging en intrekking van de omgevingsvergunning’. De kern van deze paragraaf wordt gevormd door de artikelen 2.31 en 2.33 Wabo, welke achtereenvolgens de wijziging van de voorschriften verbonden aan de omgevingsvergunning en de intrekking van de omgevingsvergunning regelen. De nadruk ligt in het hiernavolgende dan ook op deze bepalingen. Aan de overige bepalingen van paragraaf 2.6 Wabo wordt kort aandacht besteed. Bevoegd tot intrekking is kort gezegd het orgaan dat de vergunning heeft verleend.1
III.10.2.1.1 Wijziging van de voorschriften van de omgevingsvergunning (art. 2.31 Wabo)III.10.2.1.2 Intrekking van de omgevingsvergunning (art. 2.33 Wabo)III.10.2.1.3 Indirecte bevoegdheid tot intrekkingIII.10.2.1.4 Overig