Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/136:136 Voorstel voor een wettelijke regeling
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/136
136 Voorstel voor een wettelijke regeling
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD21610:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het probleem dat naar huidig recht niet kan worden uitgesloten dat inning door de pandhouder van een vordering tot levering van een registergoed leidt tot het tenietgaan van het pandrecht zonder dat de pandhouder op het geïnde verhaal kan nemen, zou kunnen worden opgelost door niet de pandgever, maar de pandhouder rechthebbende te laten worden van het geleverde goed. Eén bezwaar tegen zo een regeling is dat in dat geval geen substitutiepandrechten van de eventuele overige pandhouders ontstaan. Zoals gezegd (zie hiervóór nr. 131) acht ik dit geen onoverkomelijk bezwaar. Meer bezwaarlijk lijkt mij dat deze oplossing tot een verslechtering van de juridische positie van de pandgever zou leiden.1
Het komt mij voor dat de beste oplossing een regeling is waarbij het registergoed noch aan de pandgever, noch aan de pandhouder wordt geleverd, maar waarbij het recht op levering te gelde wordt gemaakt doordat het te leveren goed door tussenkomst van een onafhankelijke derde wordt verkocht en geleverd. Daarbij kan de voor de afwikkeling van een executoriaal beslag op een vordering tot levering van een registergoed geldende regeling als uitgangspunt worden genomen. Om de hiervóór in nr. 132 geschetste reden is het wenselijk dat die regeling uitsluitend open staat voor de pandhouder die niet alleen bevoegd is om de vordering tot levering te innen, maar die tevens bevoegd is om op het geïnde verhaal te nemen. Een dergelijke regeling zou er op hoofdlijnen als volgt uit kunnen zien.
De innings- en tot het nemen van verhaal op het geïnde bevoegde pandhouder kan een deurwaarder verzoeken de vordering tot levering van het registergoed te innen.2
De debiteur van de vordering tot levering van het registergoed is verplicht het registergoed ter beschikking van de deurwaarder te stellen door middel van een schriftelijke verklaring aan de deurwaarder.3
Door het afleggen van de vorenbedoelde schriftelijke verklaring is de debiteur van zijn verplichting tot levering van het registergoed jegens de pandgever bevrijd.4
De innende pandhouder en de eventuele overige pandhouders krijgen, met behoud van hun rang, een aanspraak op de executieopbrengst van het registergoed.
Eventuele beslagen op de vordering tot levering worden omgezet in beslagen op het geleverde goed, die geacht worden te zijn gelegd op het moment waarop de beslagen op de vordering tot levering zijn gelegd.
De deurwaarder is bevoegd het registergoed ten behoeve van de pandhouder door een notaris te doen executeren volgens de voor het goed geldende regels. De opbrengst wordt door de notaris verdeeld met inachtneming van de rechten van de overigens tot de opbrengst gerechtigden (de voormalige pandhouders, de beslagleggers en de pandgever).5
Eindigen alle pandrechten op de vordering tot levering van het registergoed voordat het registergoed is verkocht, bijvoorbeeld omdat de pandgever alsnog de vorderingen van de pandhouder(s) voldoet, dan wordt dit door de deurwaarder weer ter beschikking gesteld aan de pandgever. Het goed blijft belast met de eventueel daarop liggende beslagen, ongeacht of deze hun oorsprong vinden in op de vordering tot levering gelegde beslagen dan wel na de terbeschikkingstelling aan de deurwaarder op het goed zijn gelegd.