Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/6.3.4
6.3.4 Inmenging in het beheer van een deelneming
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS420633:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 20 juni 1991, nr. C-60/90, V-N 1991/2709.56 (Polysar).
HvJ EG 14 november 2000, nr. C-142/99, FED 2001/179 (Floridienne/Berginvest).
Zie in gelijke zin G.J. van Norden, Het concern in de BTW, Deventer: Kluwer 2007, blz. 142.
HvJ EG 20 juni 1996, nr. C-155/94, V-N 1997, p. 1034, r.o. 31 (Wellcome Trust).
In de arresten Wellcome Trust en KapHag heeft het HvJ geoordeeld dat waar aandelen niet als belastingplichtige worden verworven en gehouden deze deelneming evenmin als belastingplichtige wordt verkocht. Hieruit leid ik af dat wanneer een deelneming wel als belastingplichtige wordt gehouden, dit ook geldt voor de verkoop van die deelneming. Zie HvJ EG 20 juni 1996, nr. C-155/94 (Wellcome Trust), V-N 1997, p. 1034, r.o. 33 en HvJ EG 26 juni 2003, nr. C-442/01, V-N 2003/34.14, r.o. 38 en 40 (KapHag).
HvJ EG 29 oktober 2009, nr. C-29/08, BNB 2010/251, r.o. 33 (AB SKF). Zie ook conclusie A-G Van Hilten 5 oktober 2010, nr. 42 863 bis, V-N 2011/2.13, r.o. 6.8. e.v., en Ad van Doesum, Herman van Kesteren en Gert-Jan van Norden, ‘Share disposals and the Right of Deduction of Input VAT’, EC Tax Review 2010/2, blz. 64.
In het arrest Polysar is bepaald dat het enkele verwerven en houden van aandelen niet als economische activiteit moet worden beschouwd.1 Hier voegt het Hof van Justitie aan toe dat dit anders ligt wanneer de deelneming gepaard gaat met een zich direct of indirect moeien in het beheer van de vennootschappen waarin wordt deelgenomen. In het arrest Floridienne-Berginvest heeft het Hof van Justitie desgevraagd gepreciseerd dat het moeien gepaard moet gaan met aan de btw onderworpen handelingen om een economische activiteit te vormen.2 Ik heb overigens geen reden om aan te nemen dat onderscheid moet worden gemaakt tussen ‘moeien’ en ‘inmenging’. Het Hof van Justitie heeft beide termen in hetzelfde verband gebruikt.3
De inmenging die gepaard gaat met aan de btw onderworpen handelingen maakt de houdster tot belastingplichtige in de zin van artikel 9 Btw-richtlijn. In die omstandigheden kan de verkoop van aandelen worden aangemerkt als economische activiteit, ook wanneer deze verkoop niet geschiedt door een effectenmakelaar.4 Het uitgangspunt is dat waar aandelen worden verworven en gehouden in het kader van de belastingplicht dit ook geldt voor de verkoop van die deelneming.5 Men is geneigd te concluderen dat dit in ieder geval zo is wanneer een deelneming wordt verkocht waarin door de houdster wordt gemoeid, en dit moeien gepaard gaat met aan de btw onderworpen handelingen. Steun voor die conclusie is te vinden in het arrest BLP, waarin het Hof van Justitie ingaat op het recht op aftrek van voorbelasting in het kader van een van btw vrijgestelde verkoop van een deelneming door een houdstermaatschappij die haar inmenging in de verkochte deelneming gepaard laat gaan met aan de btw onderworpen handelingen.6 In het arrest AB SKF is echter de suggestie gewekt dat voor het aanmerken van de verkoop van een deelneming als economische activiteit naast de met aan de btw onderworpen handelingen gepaard gaande inmenging ook een rechtstreeks, duurzaam en noodzakelijk verlengstuk is vereist tussen de verkoop van de deelneming en de belastbare activiteit van de verkopende houdster.7 De implicaties van deze suggestie bespreek ik in paragraaf 6.3.5.
Een aantal vragen doemt op uit bovenstaand overzicht van de jurisprudentie van het Hof van Justitie als het gaat om de belastingplicht van de ‘inmengende houdster’. Ten eerste is de vraag wat moet worden verstaan onder het vereiste dat de inmenging gepaard moet gaan met aan de btw onderworpen handelingen. Betekent dit dat het moeien op zichzelf een dienst onder bezwarende titel moet vormen, of moet er naast de inmenging sprake zijn van andere aan de btw onderworpen handelingen, om ook het moeien binnen de reikwijdte van de btw te brengen? Ten tweede kan de (vervolg)vraag worden gesteld wanneer nu sprake is van inmenging in het beheer van een deelneming. Waar dient deze bemoeienis uit te bestaan?
6.3.4.1 ‘Gepaard gaan met’