Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht
Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/3.8.3:3.8.3 Afsluiting en vooruitblik
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/3.8.3
3.8.3 Afsluiting en vooruitblik
Documentgegevens:
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS568700:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 20 december 2002, BNB 2003/95, ECLI:NL:HR:2002:AF2262, r.o. 3.3; HR 17 december 2004, BNB 2005/105, ECLI:NL:HR:2004:AP5230, r.o. 3.4.
HR 30 oktober 2009, BNB 2010/49, ECLI:NL:HR:2009:BK1488, r.o. 3.1.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De invulling van het begrip kwade trouw en het begrip opzet lijken sinds 1 december 2006 in de praktijk slechts in één opzicht van elkaar te verschillen. Toch is uit twee arresten van de belastingkamer van de Hoge Raad op te maken dat een pleitbaar standpunt niet steeds tot het ontbreken van kwade trouw leidt, terwijl het pleitbare standpunt, zoals in de inleiding is opgemerkt, tot nu toe wel steeds tot het ontbreken van opzet heeft geleid.1 In het volgende hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan.
De invulling van de schuld die nodig is om bij een ontoereikende aangifte de bewijslast om te keren en te verzwaren en de invulling van het grove schuld- en opzetbegrip zijn ook in veel opzichten vergelijkbaar. In 2009 heeft de belastingkamer van de Hoge Raad geoordeeld dat bij een aangifte die als gevolg van een pleitbaar standpunt ontoereikend is, de voor omkering van de bewijslast benodigde schuld wel ontbreekt.2 Ook hier wordt in het volgende hoofdstuk nader op ingegaan.