Toerekening van kennis aan rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/7.7.3:7.7.3 Toepassing van de hoofdregel
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/7.7.3
7.7.3 Toepassing van de hoofdregel
Documentgegevens:
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS598492:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
For the sake of the argument neem ik aan dat het doen van onderzoek naar bodemvervuiling behoort tot de onderzoeksplicht van een professionele koper.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
207. Toepassing van de hoofdregel op de voorbeelden a t/m d uit par. 7.2 leidt tot de volgende overwegingen.
Ad a, klachtplicht bij gebrekkige zaak. De magazijnmedewerker heeft mede als taak afgeleverde zaken in ontvangst te nemen. Hij is betrokken bij het relevante aspect van de rechtsverhouding tussen koper en verkoper, want hij neemt de gekochte machine in ontvangst. Tot zijn taak mag mede het inspecteren van de afgeleverde zaken op duidelijk zichtbare gebreken worden gerekend. Dat geldt overigens niet voor gebreken waarvoor kennis van de koopovereenkomst of daadwerkelijk gebruik van de machine is vereist. De magazijnmedewerker zal mede als taak hebben om zichtbare gebreken te melden bij de afdeling waarvoor de machine is bestemd of de afdeling die de koopovereenkomst sloot. De kennis van de magazijnmedewerker geldt als kennis van de koper; de klachttermijn gaat lopen op het moment dat de magazijnmedewerker het gebrek ontdekt. Het voornaamste discussiepunt in deze casus zal de functie-inhoud van de magazijnmedewerker zijn: behoort inspectie van ontvangen zaken mede tot zijn taak?
Ad b, verjaring van rechtsvordering op de huurder. Aangenomen mag worden dat het mede tot de taak van de bedrijfsjurist behoort om bij voldoende aanwijzingen voor een vordering tot schadevergoeding van de verhuurder op derden het nodige in gang te zetten om die vordering te innen. Het informeren van de personen die over het instellen van een vordering moeten beslissen of het verzenden van een stuitingsbrief zal zeker tot die taak behoren. De kennis die de jurist opdoet, is relevant voor het te beoordelen aspect van de rechtsverhouding. Dat aspect is: het moment waarop de verhuurder kennis had van de schade en de aansprakelijke persoon en daadwerkelijk in staat was een rechtsvordering in te stellen, althans de verjaring daarvan te stuiten. De jurist is bij dat aspect in elk geval betrokken indien de overeenkomst met de andere huurder binnen zijn portefeuille valt. De verhuurder zal mijns inziens echter ook reeds in staat zijn een rechtsvordering in te stellen wanneer het pand waarin de schadetoebrengende activiteiten plaatsvinden, behoort tot de portefeuille van een collega. De verantwoordelijke positie van een bedrijfsjurist brengt mee dat die zich in beginsel dient te realiseren dat ook dat pand eigendom van de verhuurder is.
Ad c, overbouw. De projectleider van de aannemer is nauw betrokken bij de bouw van het kantoor: hij heeft daarover de leiding. Tot de taken van de projectleider behoort mede het bewaken van de fysieke grenzen waarbinnen het werk wordt opgericht. In het kader van art. 5:54 lid 3 BW geldt kwade trouw of grove schuld van de projectleider als kwade trouw of grove schuld van het aannemingsbedrijf.
Ad d, dwaling bij de aankoop van verontreinigde grond. De medewerker van Jansen BV doet gericht onderzoek ten behoeve van de aankoop. Zij draagt daarmee bij aan de vervulling van de onderzoeksplicht van de vennootschap in het kader van de aankoop.1 De medewerker is dus betrokken bij de relevante rechtsverhouding. Het is haar taak om informatie over een potentiële bron van bodemverontreiniging door te leiden aan degenen die naar aanleiding daarvan een beslissing kunnen nemen. Die informatie is relevant voor het te beoordelen aspect van de rechtsverhouding tussen Jansen BV en de verkoper, namelijk of Jansen BV haar onderzoeksplicht heeft vervuld, en daarmee: of Jansen BV zich erop kan beroepen dat zij niets wist van de mogelijke vervuiling van het terrein. Toepassing van de hoofdregel leidt tot de conclusie dat Jansen BV niet heeft gedwaald. Overigens is dit een geval op de grens met kennisversplintering, nu de persoon die namens Jansen BV de onderhandelingen voerde, van niets wist.