De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.18.5:IV.18.5 Termijn voor intrekking, rechtsgevolgen en bevoegd gezag (leden 2-5)
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.18.5
IV.18.5 Termijn voor intrekking, rechtsgevolgen en bevoegd gezag (leden 2-5)
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS377677:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kopp/Ramsauer 2014, § 49 VwVfG Rn. 76.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer een beschikking wordt ingetrokken op grond van § 49 tweede respectievelijk derde lid VwVfG, dan geldt daarvoor een termijn. De beschikking moet worden ingetrokken binnen een jaar nadat de bevoegde autoriteit op de hoogte is geraakt van de feiten die de intrekking rechtvaardigen. Daartoe is § 48 lid 4 VwVfG in zowel het tweede als het derde lid van § 49 VwVfG van overeenkomstige toepassing verklaard. Verwezen wordt naar hetgeen hieromtrent is opgemerkt in paragraaf 17.6.
Het vierde lid van § 49 VwVfG bepaalt dat de ingetrokken beschikking zijn werking verliest, op het moment dat de intrekkingsbeschikking in werking treedt. Op grond van § 43 lid 1 VwVfG treedt een beschikking in werking wanneer deze bekend wordt gemaakt. Wanneer dus de intrekkingsbeschikking bekend wordt gemaakt, verliest de ingetrokken beschikking zijn werking (deze wordt in Duitse terminologie unwirksam). Het bestuursorgaan kan echter bepalen, dat de ingetrokken beschikking op een ander moment zijn werking verliest. Enerzijds kan dat een eerder moment zijn, dat wil zeggen een moment gelegen voor inwerkingtreding van de intrekkingsbeschikking. Dat is het geval indien de beschikking met terugwerkende kracht wordt ingetrokken op grond van § 49 lid 3 VwVfG. De intrekking werkt dan terug naar het moment van verlening van de beschikking, of eventueel een later moment, zij het dat het een moment is gelegen voor het moment waarop de intrekkingsbeschikking in werking treedt. Anderzijds kan ook worden gekozen voor een moment in de toekomst. Dit kan, naast het moment van inwerkingtreding van de intrekkingsbeschikking, ook een later gelegen moment zijn. Dat is het geval indien de geadresseerde een overgangstermijn wordt geboden.1
Tot slot is in § 49 VwVfG ook een bepaling opgenomen met betrekking tot het bestuursorgaan dat bevoegd is tot intrekking. Deze bepaling is identiek aan § 48 lid 5 VwVfG. Verwezen wordt naar hetgeen hieromtrent is opgemerkt in paragraaf 17.7.