Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/142:142 Aard van de overeengekomen prestatie of de persoon van de schuldeiser
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/142
142 Aard van de overeengekomen prestatie of de persoon van de schuldeiser
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD19154:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. voor het onderscheid tussen verplichtingen om iets te geven, te doen of na te laten art. 3:296 BW.
Vgl. par. 6.3 hiervóór.
Zo begrijp ik ook Wiarda 1937, p. 373 en Beekhoven van den Boezem 2003a, p. 21-27. Vgl. ook Snijders 1999, p. 565.
Zo ook Beekhoven van den Boezem 2003a, p. 29-30.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer verzet de aard van een vordering zich tegen de verpanding ervan? Niet vatbaar voor verpanding is een vordering als de aard van de prestatie waarop de vordering ziet zich tegen verpanding verzet. Evenmin vatbaar voor verpanding is een vordering als de persoon van de schuldeiser daarvan een zo wezenlijk kenmerk is, dat dit zich tegen inning door - of presteren jegens - een ander dan de (oorspronkelijke) schuldeiser verzet. Het komt mij voor dat dit zelden het geval zal zijn bij vorderingen die zien op prestaties om iets te geven, zoals de betaling van een geldsom of de levering van een goed. Daarentegen zullen vorderingen die zien op prestaties om iets te doen of na te laten slechts bij uitzondering voor verpanding vatbaar zijn.1
De aard van de overeengekomen prestatie als zodanig verzet zich tegen verpanding, als verhaal op de vordering door de pandhouder onmogelijk is. Dat is het geval als de vordering niet door de pandhouder kan worden geïnd en ook niet door de pandhouder kan worden verkocht en overgedragen omdat deze niet door een executiekoper kan worden geïnd.2 Zo is het niet mogelijk dat een advocaat een overeenkomst waarbij hij zich verbindt om de belangen van verdachte X in een procedure te behartigen, nakomt jegens pandhouder Y of jegens een koper van de vordering op hem.
De persoon van de schuldeiser van een vordering verzet zich tegen verpanding daarvan als de persoon of de hoedanigheden van de schuldeiser voor de schuldenaar een wezenskenmerk van de vordering vormen. In dat geval is het onwenselijk dat de schuldenaar met een ander dan de (oorspronkelijke) schuldeiser geconfronteerd wordt. Dat is ook onmogelijk. Bij vorderingen uit overeenkomst zou inning door een ander dan de (oorspronkelijke) schuldeiser in zo een geval erop neerkomen dat de inhoud van de vordering wordt gewijzigd. Een dergelijk wijziging is uitsluitend mogelijk met medewerking van de schuldenaar. Het ontstaan van een vordering met een bepaalde inhoud uit een overeenkomst vereist immers dat de debiteur van de vordering het ontstaan van die vordering, met die inhoud, heeft gewild.3 De schuldeiser van een vordering kán een pandhouder of een cessionaris geen (pandrecht op een) vordering met een andere inhoud verschaffen dan de vordering waarvan hij de rechthebbende is.4
De persoon van de schuldeiser kan zich tegen de verpanding van een vordering verzetten ondanks dat de aard van de prestatie als zodanig, dus afgezien van de persoon van de schuldeiser, zich daar niet tegen verzet. Als een kinderboekenschrijver een aantal door hem geschreven boeken voor een zacht prijsje verkoopt aan een stichting die tot doel heeft het lezen door achterstandskinderen te bevorderen, verzet niet de aard van de prestatie (het leveren van de boeken) als wel de persoon van de schuldeiser zich ertegen dat de vordering uit de koopovereenkomst tot levering van de boeken wordt overgedragen of verpand aan de plaatselijke boekhandelaar. Opgemerkt zij dat de aard van de overeengekomen prestatie en de persoon van de schuldeiser, bij de beantwoording van de vraag of een vordering naar haar aard voor verpanding of overdracht vatbaar is, wel van elkaar te onderscheiden, maar veelal niet van elkaar te scheiden zijn. In het gegeven voorbeeld over de advocaat en de cliënt verzet de aard van de prestatie zich ertegen dat de advocaat gehouden zou zijn om jegens een ander dan de verdachte te presteren.