Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht
Einde inhoudsopgave
Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht (O&R nr. 92) 2016/8.5:8.5 Conclusie
Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht (O&R nr. 92) 2016/8.5
8.5 Conclusie
Documentgegevens:
V. Tweehuysen, datum 31-01-2016
- Datum
31-01-2016
- Auteur
V. Tweehuysen
- JCDI
JCDI:ADS453244:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
218. Bij het Nederlandse appartementsrecht, bij de besproken gevallen van het verzameldepot uit de Wge, en bij de beleggingsinstellingen en de gezamenlijke bewaring in het Duitse recht wordt een uitzondering gemaakt op het uniciteitsbeginsel. Bij art. 25 Wna doet zich die uitzondering mogelijk ook voor. Bij de bijzondere gemeenschap is dat niet het geval, omdat daarbij nog over de afzonderlijke goederen beschikt kan worden en bij beschikking over “het aandeel in de gehele gemeenschap” levering van de afzonderlijke aandelen in de afzonderlijke goederen vereist is. Waar bij deze gemeenschapsfiguren sprake is van een uitzondering op het uniciteitsbeginsel, wordt een goederenrechtelijke band gecreëerd tussen de afzonderlijke goederen. In zekere zin vindt een ‘transformatie’ plaats van afzonderlijke goederen in een vorm van medegerechtigdheid tot die goederen gezamenlijk.
Deze uitzonderingen op het uniciteitsbeginsel zijn daarom van een andere aard dan de uitzondering die bijvoorbeeld in het Franse recht wordt gemaakt door het erkennen van de algemeenheid van goederen als rechtsobject. Bij het fonds de commerce kan ook nog over de goederen binnen de onderneming worden beschikt. Daar ontstaat de algemeenheid als object naast de objecten die zich binnen die algemeenheid bevinden. In de in dit hoofdstuk geconstateerde uitzonderingen, ontstaan in zekere zin nieuwe objecten (de aandelen) in plaats van de oude objecten (de afzonderlijke goederen).
Deze ‘transformatie’ maakt ook dat – ondanks dat van het in het Duitse en Nederlandse recht gehanteerde uitgangspunt van uniciteit wordt afgeweken – deze afwijking te verenigen is met het goederenrechtelijk systeem. In de besproken gevallen waarin (mogelijk) een uitzondering op het uniciteitsbeginsel bestaat, wordt afgeweken van de gebruikelijke ordening in het goederenrecht. Dit levert echter geen problemen op, omdat de rechtstoestand van de gemeenschapsconstructies voldoende duidelijk is om praktisch en theoretisch mee uit de voeten te kunnen. Met de ‘transformatie’ wordt door de wet een nieuw soort object geïntroduceerd, waarbij de oude objecten hun betekenis verliezen. In plaats van de afzonderlijke goederen treedt alleen nog het aandeel in het gehele samenstel van goederen als rechtsobject op de voorgrond. Van belang is slechts nog het appartementsrecht, het aandeel in het verzameldepot, het Anteilschein. En dat recht functioneert vervolgens binnen het goederenrechtelijk systeem als elk ander goed.