Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/5.4.1
5.4.1 Inleiding
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS390095:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
HR 1 april 1949, NJ 1949, 465, m.nt. Ph.A.N.H. (Doetinchemse IJzergieterij).
Bevestigd in HR 13 juli 2007, LJN BA7972, NJ 2007, 434, m.nt. Ma, JOR 2007, 178, m.nt. Nieuwe Weme (ABN AMRO), r.o. 4.5. Ook indien sprake is van mogelijke verkoop van een onderneming (of een deel daarvan) of fusie ‘geldt dat het bestuur bij de vervulling van zijn bij wet of statuten opgedragen taken het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming behoort voorop te stellen en de belangen van alle betrokkenen, waaronder die van de aandeelhouders, bij zijn besluitvorming in aanmerking behoort te nemen.’ Zie ook HR 9 juli 2010, LJN BM0976, NJ 2010, 544, m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2010, 228, m.nt. Van Ginneken (ASMI), r.o. 4.4.1.
Zie voor een overzicht van de verschillende opvattingen Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 394; Schwarz 1995, p. 529; Delfos-Roy 1997, p. 9-23; Slagter 2005, p. 10-21; Assink 2010, p. 36-47; Eijsbouts 2010, p. 69-72; Bulten 2011, p. 66 en Eijsbouts & Kemp 2012, p. 127-131. Zie ook Eijsbouts 2011, p. 49-50, die in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen een enlightened shareholder value naar Brits voorbeeld voorstelt. Zie over het vennootschappelijk belang in concernverband Bartman & Dorresteijn 2009, p. 24-27.
Eijsbouts 2010, p. 69.
In paragraaf 5.2 stipte ik in het kader van het derde agency problem het vennootschappelijk belang aan. Het bestuur en de raad van commissarissen van een BV moeten bij de uitoefening van hun taken het belang van de door de vennootschap gedreven onderneming nastreven.1 Het bestuur moet de belangen afwegen van hen die bij de vennootschap zijn betrokken.2 Over wat het begrip ‘vennootschappelijk belang’ inhoudt, zwijgt de wet.3 Er bestaan in de literatuur verschillende opvattingen over dat begrip:4 de holistische opvatting, de resultante-benadering, een combinatie van deze opvattingen en de – door Eijsbouts genoemde5 – leer van de leegte. Ik bespreek deze opvattingen achtereenvolgens in de volgende paragrafen.