De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/8.11.3:8.11.3 Oplossen van de knelpunten en aanbevelingen
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/8.11.3
8.11.3 Oplossen van de knelpunten en aanbevelingen
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS384631:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vennoten kunnen zelf zorgen voor een voortzettingsbeding. Het is in principe niet aan de rechter om het wettelijke uitgangspunt van volledige ontbinding te wijzigen. Wel kan de rechter soepel of minder soepel omgaan met de beoordeling van de bedoeling van partijen. Het is niet ondenkbaar dat een voortzettingsbedoeling bij het ontbreken van contra-indicaties wordt aangenomen, omdat deze bedoeling nu eenmaal het vaakst overeen komt met de huidige praktijk. Aangesloten kan ook worden bij de Duitse gedachte dat tot voortzetting van een ontbonden vennootschap kan worden besloten door toe te staan dat het doel van de VOF wordt gewijzigd van ‘vereffening’ naar ‘actief’. Ik zie hiertegen geen bezwaren, omdat de VOF nog niet is opgehouden te bestaan en ook wordt aanvaard dat namens een ontbonden VOF rechtshandelingen verricht worden, vaak door de (gewezen) besturende vennoten. Feitelijk brengt voortzetting na ontbinding dus weinig veranderingen in de situatie.
Omdat niet altijd een afdoende regeling bestaat en de rechtszekerheid voorop moet staan, is het primair aan de wetgever om het uitgangspunt van volledige ontbinding te vervangen door het uitgangspunt van voortzetting. Het wettelijke uitgangspunt past niet meer bij deze tijd en de gevolgen van volledige ontbinding zijn te groot om het uitgangspunt ongewijzigd te laten.
Ook de voortzetting van de onderneming van een VOF door een BV, wat een veel voorkomende en wenselijke figuur is, moet de wetgever mijns inziens faciliteren door een wettelijke omzettingsregeling in te voeren. Voor omzetting zijn ter bescherming van de vennoten minimaal vereist een (gewone) meerderheid van stemmen, een regeling voor vennoten die geen aandeelhouder willen worden en notariële tussenkomst. In het bijzonder de mogelijkheid om zekerheid te verlangen (waardoor de omzetting niet wordt aangetast of vertraagd) als aannemelijk is dat voldoening van hun vordering door de omzetting gevaar loopt, biedt waarborgen voor schuldeisers. Voor al deze punten kunnen de Duitse en Belgische regelingen als inspiratiebron dienen. Toekenning van rechtspersoonlijkheid aan de VOF zal de omzetting vermogensrechtelijk vereenvoudigen en haar relatief eenvoudig inpasbaar maken in ons BW.
Er zijn mijns inziens voldoende redenen om een regeling voor fusie van personenvennootschappen te introduceren. Hiermee zal immers beter worden aangesloten bij de ontwikkelingen in de ons omringende landen en van bezwaren tegen een dergelijke fusie is mij niet gebleken. Het opnemen van een fusieregeling betekent niet dat vennootschappen moeten gaan fuseren.
Toekenning van rechtspersoonlijkheid aan de VOF zou een fusieregeling vermogensrechtelijk vereenvoudigen en goed inpasbaar maken in ons BW. Bij het ontwerpen van een dergelijke regeling en voor de bescherming van derden en vennoten kan het Duitse recht ter inspiratie dienen. Onder andere de hoofdregel van unanimiteit, de verzettermijn van een maand waarvan bij notariële akte kan worden afgezien en notariële tussenkomst bieden de betrokken vennoten een grote mate van bescherming. Vooral de na-aansprakelijkheid en de mogelijkheid om zekerheid te verlangen (waardoor de fusie niet wordt aangetast) als aannemelijk is dat voldoening van hun vordering door de fusie gevaar loopt, bieden waarborgen voor schuldeisers.
Om zekerheid te bieden dat VOF en CV zonder ontbinding in elkaar kunnen worden omgezet, is een wettelijke bevestiging hiervan wenselijk.