Einde inhoudsopgave
Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht (O&R nr. 92) 2016/8.4.2
8.4.2 Beleggingsinstellingen en bewaring van effecten en zaken naar Duits recht
V. Tweehuysen, datum 31-01-2016
- Datum
31-01-2016
- Auteur
V. Tweehuysen
- JCDI
JCDI:ADS450866:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Niet te verwarren met de Gesamthand, waarbij geen aandelen te onderscheiden zijn en de deelgenoten dus niet afzonderlijk over hun aandeel in het goed kunnen beschikken, zie MünchKommBGB/Schmidt 2013 §741 nr. 6, §1008 nr. 1.
MünchKommBGB/Schmidt 2013 §1008 nr. 3.
MünchKommBGB/Schmidt 2013 §741 nr. 33.
MünchKommBGB/Schmidt 2013 §741 nr. 52.
Vóór 2013 was een vergelijkbare regeling te vinden in het Investmentgesetz, zie §33 van die wet; Weitnauer, Boxberger & Anders 2014 §95 nr. 1.
Weitnauer, Boxberger & Anders 2014 §95 nr. 11.
Weitnauer, Boxberger & Anders 2014 §93 nr. 3.
Kümpel & Wittig 2011, nr. 9.47; MünchKommBGB/Schmidt 2013 §741 nr. 51; Weitnauer, Boxberger & Anders 2014 §99 nr. 16.
Gesetz über die Verwahrung und Anschaffung von Wertpapieren.
MünchKommBGB/Schmidt 2013 §1008 nr. 3, 29-31. Zie ook Baumbach/Hopt 2014, DepotG §6, nr. 2.
MünchKommBGB/Schmidt 2013 §1008 nr. 3, 33-34.
MünchKommBGB/Schmidt 2013 §1008 nr. 3, 30, 34. Vermoedelijk anders: Furche 2005, p. 242, 244 die aanneemt dat het aandeel in het depot bestaat uit evenzovele aandelen als effecten.
214. In het Duitse recht lijken zich in het kader van enkele bijzondere regelingen van gemeenschap (Gemeinschaft nach Bruchteilen)1 uitzonderingen op het uniciteitsbeginsel (Spezialitätsgrundsatz) voor te doen.2 In beginsel geldt ook bij gemeenschap het uniciteitsbeginsel: er bestaat geen eigendom en dus ook geen mede-eigendom van algemeenheden van zaken.3 Dit geldt ook voor gemeenschap van andere rechten. Er bestaan telkens evenzovele gemeenschappen als rechtsobjecten.4
Bij de regeling van beleggingsinstellingen lijkt echter een uitzondering op het uniciteitsbeginsel te bestaan, zo wordt in de literatuur opgemerkt.5 §95 Kapitalanlagegesetzbuch (KAGB)6 bepaalt:
Die Anteile an Sondervermögen werden in Anteilscheinen verbrieft. […]
Stehen die zum Sondervermögen gehörenden Gegenstände den Anlegern gemeinschaftlich zu, so geht mit der Übertragung der in dem Anteilschein verbrieften Ansprüche auch der Anteil des Veräußerers an den zum Sondervermögen gehörenden Gegenständen auf den Erwerber über. […] Über den Anteil an den zum Sondervermögen gehörenden Gegenständen kann in keiner anderen Weise verfügt werden.”
Gelet op de tekst wordt hier inderdaad door te beschikken over het Anteilschein beschikt over de aandelen die de belegger heeft in de goederen die zich in het afgescheiden vermogen (Sondervermögen) van de beleggingsinstelling bevinden.7 In §93 Abs. 1 KAGB is bepaald dat niet de beleggers, die rechthebbende van de aandelen in de goederen zijn, kunnen beschikken over de goederen die zich in het afgescheiden vermogen bevinden, maar slechts de beheerder van de beleggingsinstelling (Kapitalverwaltungsgesellschaft).8 Voorts kunnen de beleggers geen verdeling van de gemeenschap vorderen (§99 Abs. 5 KAGB).9 Nu de afzonderlijke goederen en de aandelen daarin door deze regeling geen betekenis meer hebben, maar enkel het aandeel dat de belegger heeft in het geheel, is hier, net als bij de Wge, een uitzondering op het uniciteitsbeginsel inderdaad aanwezig.
Bij Sammelverwahrung (bewaring in een verzameldepot) van effecten en de Sammellagerung (gezamenlijke bewaring) van zaken geldt iets vergelijkbaars. Worden effecten ter bewaring in een verzameldepot opgenomen, dan verkrijgen de eigenaren mede-eigendom van de effecten van dezelfde soort die in depot zijn gegeven (§6 Abs. 1 S. 1 Depotgesetz (DepotG))10. De bewaarder is bevoegd (onder omstandigheden) te beschikken over de in bewaring gegeven effecten, de rechthebbende is slechts bevoegd te beschikken over zijn aandeel in het gehele depot, niet over zijn aandeel in een afzonderlijk effect. Wel kan de rechthebbende uitlevering van het aantal in bewaring gegeven effecten verlangen. (Zie §6 Abs. 2, 7 Abs. 1 DepotG.)11 De figuur van de Sammellagerung (gezamenlijke bewaring) van zaken kent dezelfde gemeenschapsstructuur (§469 HGB).12 In de literatuur wordt op grond van het voorgaande wel geconcludeerd dat zich in deze gevallen een uitzondering op het uniciteitsbeginsel voordoet, net zoals ik dat deed bij het verzameldepot bij de Wge.13