De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV
Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/8.2:8.2 Agenderingsrecht
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/8.2
8.2 Agenderingsrecht
Documentgegevens:
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS385312:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3, p. 79 (MvT).
Vgl. art. 2:223 lid 1 BW.
Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3, p. 79 (MvT).
Hoeben 2006, p. 76 en Oranje 2012, p. 289.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aard van het middel
Art. 2:224 BW stelt dat de oproep voor de algemene vergadering de te behandelen onderwerpen vermeldt. Art. 2:224a BW bepaalt dat een onderwerp, waarvan de behandeling schriftelijk is verzocht door een of meer houders van aandelen die alleen of gezamenlijk ten minste een honderdste gedeelte van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, wordt opgenomen in de oproeping of op dezelfde wijze aangekondigd indien de vennootschap het verzoek niet later dan op de dertigste dag voor die van de vergadering heeft ontvangen en mits geen zwaarwichtig belang van de vennootschap zich daartegen verzet. In de statuten kan het vereiste gedeelte van het kapitaal lager worden gesteld en de termijn voor indiening van het verzoek worden verkort.
Welke kapitaalverschaffer zonder stemrecht komt het agenderingsrecht toe?
Uit art. 2:224a lid 1 BW volgt dat het agenderingsrecht toekomt aan een of meer houders van aandelen die alleen of gezamenlijk ten minste een honderdste gedeelte van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen. Op grond van art. 2:24d lid 2 BW tellen stemrechtloze aandelen bij het bepalen van deze één procent-drempel mee.
De wettekst spreekt van ‘aandeelhouders’, zodat het agenderingsrecht toekomt aan de stemrechtloze aandeelhouder1 en de houder van aandelen waarvan het stemrecht is overgedragen aan de vruchtgebruiker of pandhouder.2
Uit art. 2:224a lid 2 BW volgt dat de certificaathouder zonder vergaderrecht buiten spel staat. Voor de toepassing van art. 2:224a BW worden overige vergadergerechtigden3 met aandeelhouders gelijk gesteld. De certificaathouder met vergaderrecht komt het agenderingsrecht wel toe.4
De houder van een participatiebewijs komt het agenderingsrecht niet toe, tenzij de participatievoorwaarden anders bepalen. Dat laatste lijkt mij niet voor de hand liggen, omdat deze kapitaalverschaffer in de regel op meer afstand van de vennootschap staat dan de vergadergerechtigde kapitaalverschaffers zonder stemrecht. De conclusie is dan ook dat alleen vergadergerechtigden agenderingsgerechtigd zijn.
Art. 2:224a BW is van dwingend recht voor de stemrechtloze aandeelhouder, de houder van aandelen waarvan het stemrecht is overgedragen aan de vruchtgebruiker of pandhouder en de houder van certificaten met vergaderrecht. Ten aanzien van deze kapitaalverschaffers zonder stemrecht kan het agenderingsrecht niet worden uitgesloten.5
Afwijzing agenderingsverzoek
Indien het verzoek tot agendering wordt afgewezen, staat de agenderingsgerechtigde een aantal middelen ten dienste.6 Allereerst kan het besluit tot afwijzing worden aangevochten op de voet van art. 2:8 jo. 2:15 lid 1 sub b BW. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van het recht op inlichtingen in de zin van art. 2:217 lid 2 BW. Indien het verzoek zonder (deugdelijke) motivering is afgewezen, kan de agenderingsgerechtigde tijdens de algemene vergadering een toelichting daarop vragen. Ook kan de agenderingsgerechtigde in kort geding vorderen dat het bestuur wordt bevolen alsnog het aangedragen agendapunt op de agenda te plaatsen en te verbieden dat de algemene vergadering zal plaatsvinden zonder het aangedragen agendapunt, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom. In de literatuur wordt tevens de mogelijkheid genoemd de bestuurder op grond van onbehoorlijk bestuur of onrechtmatige daad aan te spreken.7 Tot slot kan gedacht worden aan een enquêteverzoek, stellende dat een niet gemotiveerde of onterechte afwijzing van het agenderingsverzoek door het bestuur een gegronde reden is om aan een juist beleid te twijfelen.
Beschouwing
Allereerst rijst de vraag wat het agenderingsrecht de vergadergerechtigde brengt. Het antwoord daarop is dat hij door middel van zijn vergaderrecht tijdens de algemene vergadering kan trachten de besluitvorming over het door hem naar voren gebrachte agendapunt te zijnen gunste te beïnvloeden. Feit blijft echter dat hij niet stemgerechtigd is. Mocht de kapitaalverschaffer zonder stemrecht met agenderingsrecht ‘overstemd’ worden, dan staat hem nog vernietiging van het besluit ex art. 2:8 jo. 2:15 lid 1 sub b BW ter beschikking.
Een volgende vraag is of de één procent-drempel voor de agenderingsgerechtigde een knelpunt is. Dat lijkt mij niet. Eén procent is geen hoge drempel. Daarnaast volgt uit de laatste volzin van art. 2:224a lid 1 BW dat in de statuten kan worden bepaald de drempel lager te stellen.
Tot slot heeft de houder van een participatiebewijs, zijnde een kapitaalverschaffer zonder stemrecht en zonder agenderingsrecht, het recht te vorderen dat het hem onwelgevallige besluit ex art. 2:8 jo. 2:15 lid 1 sub b BW wordt vernietigd. In paragraaf 8.6 zal ik betogen dat de houder van een certificaat zonder vergaderrecht dit recht niet toekomt.