De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep
Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/7.4.3.1:7.4.3.1 Algemeen
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/7.4.3.1
7.4.3.1 Algemeen
Documentgegevens:
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS385563:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het kader van het wenselijke aansprakelijkheidsregime voor samenwerkende beroepsbeoefenaren kan, zoals gezegd, een onderscheid gemaakt worden tussen aansprakelijkheid van de individuele beroepsbeoefenaren voor enerzijds ‘eigen’ beroepsfouten en anderzijds alle andere (wettelijke en contractuele) verbintenissen van het samenwerkingsverband, waaronder begrepen (beroeps)fouten van medevennoten. Uit mijn onderzoek blijkt dat de laatstgenoemde vormen van aansprakelijkheid bij iedere rechtsvorm afdoende beperkt kunnen worden. Dit kan door gebruik van een rechtspersoon (die de verbintenissen aangaat in plaats van de vennoten in persoon) of, als het samenwerkingsverband wordt gedreven in de vorm van een maatschap, door te werken met praktijkvennootschappen. In dat laatste geval worden de verbintenissen aangegaan door de vennoten gezamenlijk, maar wordt hun persoonlijke aansprakelijkheid beperkt door het tussenplaatsen van een rechtspersoon. Deze structuur biedt echter geen oplossing voor de persoonlijke aansprakelijkheid voor eigen (beroeps)fouten; deze vorm van aansprakelijkheid uit hoofde van onrechtmatige daad (en in veel gevallen ook uit opdracht (artikel 7:404 BW)) is niet te beperken door middel van het gebruik van een rechtsvorm en blijft derhalve bestaan ongeacht de rechtsvorm waarin wordt samengewerkt. Deze aansprakelijkheidsproblematiek is daarmee dus rechtsvorm-overstijgend. Het is in feite een universeel en persoonlijk probleem van beroepsbeoefenaren dat bij alle rechtsvormen speelt en waarvoor geen van de rechtsvormen een oplossing biedt. Dit is in mijn ogen een van de belangrijkste conclusies van dit onderzoek. Uit voormelde conclusie kan vervolgens worden afgeleid dat – ondanks dat dit in de praktijk vaak als een (zeer) belangrijke keuzefactor wordt gezien – aansprakelijkheid geen doorslaggevende factor zou moeten zijn bij rechtsvormkeuze door beroepsbeoefenaren. Dit geldt niet alleen voor samenwerkende, maar evenzeer voor zelfstandige beroepsbeoefenaren.
Tegen deze achtergrond doe ik in deze paragraaf graag een aantal aanbevelingen.