Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.5.2.2.4
III.5.2.2.4 De Hoge Raad
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS459210:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld HR 29 oktober 1942, NJ 1942, 812 en HR 29 oktober 1981, NJ 1982, 538 en HR 18 maart 2005, NJ 2006, 606, r.o. 4.15 (Baby Kelly).
HR 22 november 2011, NJ 2012, 44, conclusie punten 9 tot en met 12, waarin advocaatgeneraal Jörg het begrip waardigheid bezigt als hij overweegt wanneer een term beledigt. Zie ook HR 22 september 2009, NJ 2009, 466, conclusie punt 11 en HR 22 december 2009, NJ 2010, 671, conclusie punt 21. Voor een civiele zaak waarin belediging een rol speelde en waardigheid als juridisch concept werd gebruikt: HR 27 mei 2011, NJ 2011, 512, conclusie 3.28.
Tegenover het gebruik door het HRC, het EHRM en het BVerfG, staat dat de Hoge Raad het begrip menselijke waardigheid zelden gebruikt en dan vrijwel alleen in civiele zaken.1 De Hoge Raad gebruikte de term in een zaak over schadevergoeding na een beroepsfout van een verloskundige (het niet verrichten van prenatale diagnostiek waardoor chromosale afwijking niet aan het licht kwam) en oordeelde dat bepaalde handelingen in strijd met de waardigheid van het notarisambt zijn. Hierin staat, net zoals bij enkele EHRM-arresten waarin de menselijke waardigheid bij het eerlijk procesrecht werd gebruikt, niet de waardigheid van de verdachte maar de waardigheid van het ambt centraal. In conclusies van advocaten-generaal over beledigende termen, zoals mierenneuker en mafkees, wordt het begrip waardigheid af en toe gebruikt.2 Bij de overige strafbare feiten, zoals mensenhandel, verkrachting (waarover het EHRM oordeelde dat de menselijke waardigheid schenden) en oorlogsmisdrijven door het leveren van gifgas, laat de Hoge Raad het concept menselijke waardigheid links liggen.