Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.5.2
III.5.2 Menselijke waardigheid als juridisch concept in de rechtspraak van het Human Rights Committee, het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en het Bundesverfassungsgericht
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS455585:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
P. Tiedemann, Menschenwürde als Rechtsbegriff, Berlijn: Berliner Wissenschaft Verlag 2012, p. 72. Zie ook C. Dupré, ‘Unlocking human dignity: towards a theory for the 21st century’, EHRLR 2009, 2, p. 191.
L. Hunt, Inventing Human Rights, New York, NY: W.W. Norton & Company 2007, p. 15- 22. Nussbaum beargumenteert (terecht) dat self-evident truths juist geen fundament voor een theorie kunnen vormen omdat zij onvoorspelbaar en inconsistent worden gebruikt. M.C. Nussbaum, Creating Capabilities: The Human Development Approach, Cambridge, MA: The Belknap Press of Harvard University Press 2011, p. 29. Overigens is het vreemd om te stellen dat iets self-evident is en niet de moeite te nemen om het begrip direct te duiden (als het dan toch zo evident is).
Hierboven is de menselijke waardigheid als (rechts)filosofische notie uitgewerkt. Ik concludeerde dat de menselijke waardigheid voor het strafprocesrecht, kort gezegd, ten minste betekent dat de verdachte niet mag worden vernederd en dat in het proces aandacht moet zijn voor zijn kant van het verhaal. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt de menselijke waardigheid als juridisch concept benaderd en een antwoord geformuleerd op de tweede deelvraag van dit hoofdstuk: ‘op welke wijze wordt het grondrecht door rechtsprekende instanties gebruikt?’. Daarbij volgt als eerste een beschrijving van de verschillende rollen die het concept in het recht speelt of kan spelen. Vervolgens wordt bekeken hoe de menselijke waardigheid is uitgewerkt binnen de verschillende functies die het concept vervult. Dit is noodzakelijk omdat volgens Tiedemann nergens op de wereld een vastomlijnde, overtuigende inhoudelijke betekenis van het concept is vastgesteld.1 Hunt betoogt dat dit hiaat voornamelijk is ontstaan doordat de opstellers van de verschillende verdragen en (grond)wetten waarin de menselijke waardigheid is opgenomen de betekenis van het concept ‘self-evident’ vonden.2 In deze paragraaf wordt, door de functies en het gebruik van het concept te bekijken, geprobeerd het begrip de menselijke waardigheid te operationaliseren. Op basis van mijn bevindingen stel ik een positiefrechtelijk toetsingskader van de menselijke waardigheid op. In de volgende paragraaf (3) van dit hoofd-
III.5.2.1 Functies van het juridische concept menselijke waardigheidIII.5.2.2 Gebruik van het juridische concept menselijke waardigheidIII.5.2.3 Tussenconclusie: analyse van het gebruik van het juridische concept menselijke waardigheid