Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.5.5.2.2:II.5.5.2.2 Economisch karakter in andere gevallen
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.5.5.2.2
II.5.5.2.2 Economisch karakter in andere gevallen
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS497851:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook A.H. Bomer & H.W.M. van Kesteren, ‘De houdstermaatschappij: Geknipt voor de BTW’, WFR 1999/264.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als een obligatiehouder vanwege andere activiteiten al ondernemer is, rijst de vraag of hij ook voor het verkrijgen en houden van obligaties in die hoedanigheid handelt. Omdat het enkel verkrijgen en houden van obligaties geen economische activiteit is, moet dit betekenen dat het onderdeel is van een meeromvattende activiteit die dat wel is. Naar het oordeel van het Hof van Justitie is dit in elk geval in drie situaties mogelijk. Het betreft het verkrijgen en houden van obligaties (i) in het kader van een activiteit als effectenhandelaar, (ii) met het oog op inmenging in het beheer van vennootschappen waarin wordt deelgenomen en (iii) als rechtstreeks, duurzaam en noodzakelijk verlengstuk van een belastbare activiteit. Dit zijn precies dezelfde omstandigheden als waarin het verkrijgen en houden van aandelen als ondernemer kan geschieden (zie par. 4.5.2.2). Dat is op zich niet verwonderlijk vanwege de gelijkschakeling van aandelen en obligaties die het Hof van Justitie voorstaat voor de omzetbelasting. Het is nochtans moeilijk een voorstelling te maken bij het verkrijgen en houden van obligaties met het oog op inmenging in het beheer van de emittent.1 In beginsel geven obligaties immers geen zeggenschap over de emittent. Bij het verkrijgen en houden van obligaties als effectenhandelaar en als rechtstreeks, duurzaam en noodzakelijk verlengstuk van een belastbare activiteit valt eenvoudiger een voorstelling te maken. Daaromtrent zij verwezen naar paragraaf 4.5.2.3 en 4.5.2.5 over aandelen. Het in die paragrafen vermelde geldt mutatis mutandis ook voor obligatiehouders. Verder is ook bij obligatiehouders de vraag of de hiervoor vermelde opsomming van omstandigheden waaronder als ondernemer wordt gehandeld, limitatief is. Naar mijn mening is dat niet het geval (vgl. par. 4.5.2.7). Voorstelbaar is dat in elk geval de belegging van tijdelijk overtollige kasmiddelen ook een economisch karakter heeft, ook als het geen rechtstreeks, duurzaam en noodzakelijk verlengstuk van een belastbare activiteit is.