Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/4.6
4.6 Bijzondere beroepsgroep: de fiscale regels voor medisch specialisten
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS391522:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Dat wil zeggen: niet in loondienst.
De integrale bekostiging, op basis waarvan alle declaraties (integraal) via het ziekenhuis lopen.
Van IJsendoorn & De Laat 2014, p. 13. In gelijke zin Kamerstukken II 2009/10, 32222, nr. 11.
De vier hoofdcriteria die van belang kunnen zijn bij de beantwoording van de vraag of de medisch specialist, tevens maat, in materiële zin een onderneming drijft, zijn: (i) zelfstandigheid, (ii) inkomensrisico (iii) personeelsrisico en (iv) investeringsomvang en investeringsrisico.
Hierover zijn, eind 2013, afspraken gemaakt tussen de Federatie, de Minister van VWS, de NVZ en de Belastingdienst (dit was n.a.v. het Zorgakkoord dat al eerder (16 juli 2013) tot stand kwam tussen de Minister van VWS, de FMS en de NVZ en waarin werd bepaald dat medisch specialisten de keuze bleven houden tussen vrije vestiging in het ziekenhuis en loondienst). Cruciaal is dat er echte ondernemersrisico’s moeten worden gelopen. Bijvoorbeeld in de vorm van investeringen en personeelskosten. Overigens heeft de minister er, ook nog na het maken van deze afspraken, op gewezen dat het aan de Belastingdienst is om, achteraf en bovendien steeds per geval, te bepalen of er inderdaad wordt voldaan aan de kwalificatie IB-ondernemer. Zie o.a. <http://zorgtransparant.nl/dijsselbloem-wil-allespecialisten- in-loondienst/> en <www.integralebekostiging2015.nl/achtergrond/introductie/>.
Overigens zijn er vanuit de (fiscale) praktijk ook geluiden te horen waaruit blijkt dat het oprichten van een MSB door de verschillende vakmaatschappen niet in alle gevallen nodig was geweest om te voldoen aan de vereisten voor het fiscale ondernemerschap. Deze kwalificatie is namelijk niet slechts en alleen afhankelijk van het zelfstandig declaratierecht maar heeft te maken met in hoeverre medisch specialisten risico’s lopen in het algemeen. Zo zal een arts die voor één ziekenhuis werkt, geen investeringen doet en geen personele kosten draagt niet zomaar kwalificeren als fiscaal ondernemer. Voor deze groep specialisten was niets doen daarmee geen optie. Er zijn echter ook maatschappen die ook vóór 1 januari 2015 al genoeg ondernemersrisico liepen of met minimale aanpassingen aan de eisen hadden kunnen voldoen. Voor deze groep was de constructie van het MSB daarom niet nodig geweest. Zie hierover Olsthoorn 2015.
Zoals in hoofdstuk 2 reeds aan de orde kwam, speelde voor vrij gevestigde1 medisch specialisten in 2014 het probleem dat velen van hen op basis van een nieuwe regeling2 vanaf 2015 niet langer (per definitie) zouden voldoen aan de kwalificatie voor het IB-ondernemerschap. Dit ondernemerschap was aan deze beroepsgroep lange tijd toegezegd door de staatssecretaris op grond van het zelfstandig declaratierecht van medisch specialisten.3 Omdat medisch specialisten zelfstandig – via het ziekenhuis – declareerden, liepen zij het voor de kwalificatie noodzakelijke ondernemersrisico, aldus de staatssecretaris. Met het invoeren van de integrale bekostiging verviel dit zelfstandige recht en daarmee dus ook het fundament onder het IB-ondernemerschap van veel vrij gevestigde, in een ziekenhuis werkzame, medisch specialisten. Zoals ook reeds besproken in hoofdstuk 2 hebben het Ministerie van VWS, de NVZ en de Federatie Medisch Specialisten een oplossing gevonden voor dit probleem in de vorm van een nieuwe organisatiestructuur (onder andere middels een zogenoemd Medisch Specialistisch Bedrijf (MSB)) en een samenwerking met het ziekenhuis. Voor de medisch specialisten die deze constructie zo hebben ingericht dat zij voldoen aan de criteria van ondernemerschap4 betekent dit dat zij – in beginsel5– nog steeds aan te merken zijn als IB-ondernemer en dus dat hetgeen hierover besproken is in dit hoofdstuk ook op hen van toepassing is.6