Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/7.2.1.6
7.2.1.6 Andere begunstigden dan deelnemers
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS595259:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 1 en 35 Pw.
Zie bijv. HR 3 februari 2012, JAR 2012/70, m.nt. Kuiper, PJ 2012/39, m.nt. Gommer (pensioenaanspraak volgt rechtstreeks uit pensioenreglement).
Art. 1 Pw.
Zie bijv. Kamerstukken II, 2005-2006, 30413, nr. 3, p. 199, waar de Minister het pensioenreglement noemt in relatie tot niet zowel de aanspraakgerechtigden als de pensioengerechtigden.
Zie voor een voorbeeld de casus in Hof Arnhem-Leeuwarden, 10 februari 2015, PJ 2015/66, m.nt. Van Riemsdijk (Reglementair anticumulatiebeding).
Het kan om een ouderdomspensioen gaan, maar ook om een arbeidsongeschiktheidspensioen. In plaats van pensionering, is ook mogelijk dat hij nieuw emplooi heeft gevonden bij een werkgever die niet bij dit fonds is aangesloten. Hij wordt dan gewezen deelnemer (tenzij de beëindiging van zijn deelnemerschap wordt gevolgd door een waardeoverdracht).
HR 6 september 2013, NJ 2014/67, m.nt. Lutjens; JOR 2013/310, m.nt. Van Marwijk Kooy; JAR 2013/249, m.nt. Heemskerk; PJ 2013/161, m.nt. Lutjens & Breuker (ECN). Zie ook HR 8 november 2013, JAR 2013/300, m.nt. Heemskerk; PJ 2013/ 191, m.nt. Van Marwijk Kooy; ArA 2014/03, m.nt. Leeuwen (Delta Lloyd). De HR verwierp met toepassing van art. 81 RO het cassatieberoep dat was ingesteld tegen Hof Amsterdam 12 juni 2012, NJ 2014, 83; PJ 2012/119, m.nt. Langemeijer.
Kamerstukken II, 2005-2006, 30413, nr. 3, p. 213.
Hof ’s-Hertogenbosch 3 februari 2015, PJ 2015/67 (Uitruil partnerpensioen).
Art. 57 Pw.
Hierboven beschreef ik de verhoudingen in de pensioendriehoek (en de variant in de Wet verplichte beroepspensioenregeling) tussen pensioenfonds, werkgever en werknemer. Door zijn deelneming wordt de werknemer deelnemer in het pensioenfonds. Zijn rechtspositie tegenover het pensioenfonds is vastgelegd in het pensioenreglement.1 Hij ontleent zijn rechten tegenover het fonds aan dat pensioenreglement.2
Een pensioenfonds kent ook andere begunstigden dan “deelnemers”. De wet maakt niet duidelijk waaraan deze andere begunstigden dan deelnemers hun rechten tegenover het pensioenfonds ontlenen. In de wet is het pensioenreglement gedefinieerd in de verhouding tussen enkel het pensioenfonds en de deelnemer.3 De wetgever zelf lijkt er, in weerwil van de wettelijke definitie, vanuit te gaan dat de rechtsverhouding met de “andere begunstigden” wordt geregeld in het pensioenreglement.4 Daarvoor pleit ook dat het pensioenfonds in het pensioenreglement onderwerpen moet regelen die uitdrukkelijk ook de andere begunstigden raken, zoals de bevoegdheid om (alle) begunstigden te korten.5
In de praktijk komt het veel voor dat het pensioenreglement tevens de verhouding tussen het pensioenfonds en andere begunstigden regelt.6 Dat ligt ook wel voor de hand. De verbintenisrechtelijke relatie tussen het pensioenfonds en de deelnemer houdt niet op, wanneer de deelnemer ophoudt deelnemer te zijn. Veelal luidt de beëindiging van zijn deelnemerschap het begin van zijn pensionering in.7 Hier lijkt een vergelijking met de relatie tussen werkgever en werknemer op haar plaats: het eindigen van de arbeidsovereenkomst, betekent niet het einde van de eveneens tussen hen gesloten pensioenovereenkomst.8 Evenmin betekent het einde van het deelnemerschap een einde van de pensioenrechtelijke relatie met het pensioenfonds.
In het geval van nabestaandenpensioen ligt dit net iets genuanceerder. De partner van een deelnemer heeft, zolang de deelnemer niet is overleden, geen eigen aanspraak op nabestaandenpensioen. Het is de deelnemer zelf die een aanspraak op nabestaandenpensioen heeft ten behoeve van zijn partner.9 Een verbintenisrechtelijke relatie tussen de partner en het pensioenfonds ontstaat eerst bij het overlijden van de deelnemer.10 Een verbintenisrechtelijke relatie ontstaat overigens ook wanneer de deelnemer en zijn (dan nog) partner scheiden.11