Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.5.5.2.1:II.5.5.2.1 Ondernemerschap van zuivere obligatiehouders
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.5.5.2.1
II.5.5.2.1 Ondernemerschap van zuivere obligatiehouders
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS497850:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ 6 februari 1997, zaak C-80/95, BNB 1997/386 (concl. A-G Fennelly; Harnas & Helm; m.nt. M.E. van Hilten).
Zie: HvJ 29 april 2004, zaak C-77/01, BNB 2004/285, r.o. 57-60 (concl. A-G Léger; EDM; m.nt. M.E. van Hilten).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Omdat het verkrijgen en houden van obligaties geen prestatie onder bewarende titel is, kan het op zichzelf bezien geen exploitatie van een vermogensbestanddeel zijn om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen (of een andersoortige economische activiteit). Dit is niet anders dan bij het verkrijgen en houden van aandelen (zie par. 4.5.2.1). Opvallend is evenwel dat het Hof van Justitie in de zaak Harnas & Helm het ontbreken van een economische activiteit motiveert met het argument dat het enkele verkrijgen en houden van obligaties een vorm van beleggen is die het karakter van enkel vermogensbeheer niet te boven gaat:1
‘18. Dienaangaande moet met de Nederlandse regering opgemerkt worden, dat de bezigheid van een obligatiehouder kan worden gekenschetst als een vorm van beleggen die het karakter van enkel vermogensbeheer niet te boven gaat. De inkomsten uit obligaties spruiten voort uit het enkele houden daarvan, dat recht op rente verleent (…).’
Hieruit trekt het de conclusie dat de zuivere obligatiehouder louter zijn eigendomsrechten uitoefent. Betreffende aandeelhouders bewandelt het Hof van Justitie eerder de omgekeerde route: dividend is een uit eigendom voortspruitende opbrengst en daarom moet de activiteit van een zuivere obligatiehouder geacht worden zich te beperken tot beheer op eenzelfde wijze als een particuliere investeerder doet (lees: enkel vermogensbeheer).2 Naar mijn mening zijn deze verschillende benaderingen opvallend, maar bestaat er verder geen aanleiding hieraan praktische betekenis toe te kennen.