Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.7.4.4:II.7.4.4 Beleid staatssecretaris van Financiën
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.7.4.4
II.7.4.4 Beleid staatssecretaris van Financiën
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS499084:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In een besluit van 5 september 2003 heeft de staatssecretaris van Financiën zijn visie gegeven op de toepassing van de Wet OB 1968 op factoringovereenkomsten.1 Naar zijn mening is een factoringovereenkomst ‘een overeenkomst op basis waarvan een ondernemer (de factor) door hem goedgekeurde schuldvorderingen (categorieën van schuldvorderingen c.q. schuldvorderingen op bepaalde debiteuren) van een derde (zijn cliënt) overneemt, al dan niet op het moment van het ontstaan van de schuldvorderingen, en vervolgens de financiële verrichtingen strekkende tot het verkrijgen van betaling van die schuldvorderingen verricht’. Kenmerkend acht de staatssecretaris dat de factor een vergoeding berekent die bestaat uit het verschil tussen de nominale waarde en de koopprijs van de vorderingen. Ten slotte moet het volgens de staatssecretaris gaan om een doorlopende overeenkomst, waardoor factoring niet een incidentele overname van één of meerdere vorderingen omvat.
De staatssecretaris brengt in zijn besluit een onderscheid aan bij het al dan niet incidentele karakter van een overname van schuldvorderingen. Een dergelijk onderscheid blijkt niet uit de jurisprudentie. Verder acht de staatssecretaris van belang dat de overnemer van vorderingen de invordering daarvan op zich neemt. Dat komt mij wel juist voor. Ook het op basis van een doorlopende overeenkomst overnemen van non-performing loans lijkt de staatssecretaris onder factoring te scharen. Dat is verdedigbaar op basis van het arrest in de zaak MKG-Kraftfahrzeuge-Factoring, maar het kan in redelijkheid niet zo zijn dat de vergoeding dan gelijk is aan het verschil tussen de nominale waarde en de koopprijs van de non-performing loans (zie nader par. 7.5.1.4).