Uitbesteding in de financiële sector
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/8.1.1:8.1.1 Eerste onderzoeksvraag: een gemeenschappelijk systeem
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/8.1.1
8.1.1 Eerste onderzoeksvraag: een gemeenschappelijk systeem
Documentgegevens:
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015,
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS594133:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De eerste onderzoeksvraag is relevant, omdat de uitbestedingsregels in de Wft en de Pensioenwet een rommelig geheel vormen. In het eerste hoofdstuk schreef ik over een “ratjetoe”. Die uitbestedingsregels verschillen per financiële sector, maar ze vertonen ook overeenkomsten. Is er sprake van een gemeenschappelijk onderliggend systeem, dan zijn de uitbestedingsregels die voor “andere” financiële sectoren gelden relevant voor de “eigen” financiële sector.
Uit het onderzoek blijkt dat aan de diverse sectorale uitbestedingsregelingen inderdaad een gemeenschappelijk systeem ten grondslag ligt. Het uitgangspunt in het systeem is dat de uitbestedende organisatie jegens haar toezichthouder en jegens haar cliënten respectievelijk begunstigden volledig verantwoordelijk blijft voor het handelen of nalaten van zijn dienstverlener als was het zijn eigen handelen of nalaten. Om die verantwoordelijkheid te kunnen nakomen, moet hij “in control” over de uitbestede werkzaamheden blijven alsof het om zijn eigen bedrijfsvoering gaat.
Door de uitbesteding verlaten de werkzaamheden de eigen organisatie. Het gevolg dat de regelgeving daaraan koppelt is echter dat de werkzaamheden van de dienstverlener, in juridische zin, onderdeel blijven van de eigen bedrijfsvoering. De uitbestedingsregels zijn te begrijpen als een invulling dan wel verruiming van de eis dat een pensioenfonds of financiële onderneming over een beheerste en integere bedrijfsvoering beschikt. In essentie gaat het dus om een open zorgvuldigheidsnorm. De uitbesteder moet inschatten welke risico’s aan een uitbesteding zijn verbonden en daarop adequate maatregelen treffen. Adequate maatregelen zijn proportioneel aan de risico’s waarvoor ze zijn getroffen.
Die zorgvuldigheidsnorm is voor diverse financiële sectoren gedeeltelijk uitgewerkt in min of meer concrete voorschriften. Die uitwerkingen verschillen per financiële sector, maar vormen steeds een uitwerking van datzelfde onderliggende, gemeenschappelijke systeem. Ik pleit daarom voor een kruissectorale toepassing van de uitbestedingsregels.