Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/I.1.6.3
I.1.6.3 Richtlijnconforme uitleg
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS494136:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ 13 november 1990, zaak C-106/89, Jur. 1990, p. I-4135 (Marleasing): ‘8. (…) Bij de toepassing van het nationale recht, ongeacht of het daarbij gaat om bepalingen die dateren van eerdere of latere datum dan de richtlijn, moet de nationale rechter dit zoveel mogelijk uitleggen in het licht van de bewoordingen en het doel van de richtlijn, ten einde het hiermee beoogde resultaat te bereiken en aldus aan artikel 189, derde alinea, EEG-Verdrag te voldoen.’
S. Prechal, ‘Richtlijnconforme uitleg: Alice in Wonderland’, WFR 1991/1596; R.A. Wolf, NL-omzetbelasting of EU-btw? (oratie Amsterdam VU), Den Haag: Sdu Uitgevers 2013, p. 24.
S. Prechal, Directives in EC Law, Oxford (GB): Oxford University Press 2005, p. 213.
Zie bv. HR 10 augustus 2007, BNB 2007/277 (concl. A-G De Wit; m.nt. Bijl). Naar het oordeel van de Hoge Raad moet post b.3 van Tabel I bij de Wet OB 1968 (‘geven van gelegenheid tot sportbeoefening’) richtlijnconform worden uitgelegd aangezien de tekst van de bepaling die uitleg toelaat en niet ondubbelzinnig blijkt van de welbewuste bedoeling van de wetgever om de nationale regeling te doen afwijken van hetgeen waartoe de richtlijn zou verplichten of de vrijheid zou laten. Zie ook R.A. Wolf, NL-omzetbelasting of EU-btw? (oratie Amsterdam VU), Den Haag: Sdu Uitgevers 2013, p. 24-27.
HvJ 10 april 1984, zaak 14/83, Jur. 1984, p. 1891 (Von Colson).
S. Prechal, Directives in EC Law, Oxford (GB): Oxford University Press 2005, p. 180-181.
HvJ 5 oktober 2004, zaak C-397/01, NJ 2005, 333, r.o. 114 (concl. A-G Ruiz-Jarabo Colomer; Pfeiffer; m.nt. M.R. Mok).
De verplichting tot richtlijnconforme uitleg houdt, om te beginnen, in dat (instellingen van) lidstaten hun nationale recht zoveel als mogelijk in overeenstemming met richtlijnen van de EU dienen uit te leggen. Dit kan zowel resulteren in een uitleg ten voordele als ten nadele van burgers. Door de beperking tot ‘zoveel als mogelijk’ dwingt de verplichting tot richtlijnconforme uitleg niet tot interpretaties van nationaal recht contra legem.1 De nationale rechter hoeft ‘wit’ in de nationale wet dus niet richtlijnconform als ‘zwart’ uit te leggen.2 Anders zou ook strijd ontstaan met door het Hof van Justitie erkende algemene rechtsbeginselen, in het bijzonder het beginsel van rechtszekerheid. 3 In dit verband moet worden herhaald en benadrukt dat richtlijnen tot lidstaten zijn gericht en niet tot burgers.
In het geval van de Wet OB 1968 is in veel gevallen uitleg conform de Btw-richtlijn mogelijk.4 Het begrippenapparaat van de Wet OB 1968 en de Btw-richtlijn is weliswaar niet helemaal identiek, maar de verschillen betreffen veelal open begrippen. Die bieden van nature ruime interpretatiemogelijkheden. Verder komen de Wet OB 1968 en de Btw-richtlijn qua opzet redelijk met elkaar overeen. Daarbij is de Btw-richtlijn opvallend genoeg soms gedetailleerder dan de Wet OB 1968. Een voorbeeld is het begrip ‘zelfstandig’ dat in artikel 7, lid 1, Wet OB 1968 niet afzonderlijk is gedefinieerd, maar wel in artikel 10 Btw-richtlijn. Omdat richtlijnconforme uitleg op een zo brede schaal toepasbaar is, is hierna als uitgangspunt gehanteerd dat richtlijnconforme uitleg van de Wet OB 1968 steeds mogelijk is. Dit betekent, onder meer, dat arresten van het Hof van Justitie inzake de Btw-richtlijn in beginsel direct de interpretatie van de Wet OB 1968 beïnvloeden. Wanneer richtlijnconforme uitleg niet mogelijk is, wordt dat afzonderlijk vermeld.
De verplichting tot richtlijnconforme uitleg is overigens voor het eerst expliciet aangenomen in het arrest in de zaak Von Colson en is voornamelijk op artikel 288 VWEU gegrond.5 Uit die bepaling vloeit voort dat nationale rechters, als institutie van een lidstaat, verplicht zijn bij te dragen aan het bereiken van het beoogde resultaat van richtlijnen.6 Uit latere jurisprudentie kan worden afgeleid dat richtlijnconforme uitleg zelfs inherent is aan het systeem van het V(W)EU.7