De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/6.3:6.3 Kwalificatie
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/6.3
6.3 Kwalificatie
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS381630:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 28 juni 2002, NJ 2002/447.
Hof Amsterdam 31 juli 2001, JOR 2001/170, m.nt. Bartman. Zie voor de uitspaak van de rechtbank Arnhem van 1 februari 2001 JOR 2001/88 m.nt. Bartman.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
254. In het arrest AKZO Nobel/ING kwalificeerde de Hoge Raad de 403-verklaring als een eenzijdige, niet tot een bepaalde persoon gerichte rechtshandeling, die geen afhankelijk recht in het leven roept.1 De visie dat de 403-verklaring een borgtochtovereenkomst is, werd expliciet verworpen.2 Ik ga kort in op de twee elementen van deze kwalificatie.
6.3.1 De 403-verklaring als verbintenisscheppende eenzijdige rechtshandeling6.3.2 Geen afhankelijk recht