Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/7.8.2
7.8.2 Informatie doorgeven vs. zelf actie ondernemen: strekking van de norm
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS600766:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HR 11 mei 1990, NJ 1990/544.
Naar huidig recht is dit vier weken. Voor een gedaagde die buiten Nederland zijn woonplaats of werkelijke verblijfplaats heeft, is de verzettermijn acht weken. Zie art. 143 lid 2 Rv.
Ik zal hier niet ingaan op een ander opmerkelijk aspect van dit arrest, namelijk dat de Hoge Raad relevant vond hoe de eiser de kennisneming door de bedrijfsleider mocht opvatten. Zoals toegelicht bij voetnoot 332, is voor het gaan lopen van de verzettermijn niet noodzakelijk dat de daad wordt verricht tegenover de wederpartij of diens raadsman. Dit is expliciet uitgemaakt in HR 23 september 2005, NJ 2005/487, maar was daarvóór al heersende leer; zie de bijbehorende conclusie van A-G Wesseling-Van Gent, par. 2.11 en voetnoot 27.
Zie over de ratio van het verzet Ynzonides 1996, p. 125-126.
212. De norm die een rechtsgevolg verbindt aan het hebben van kennis, kan in meer of mindere mate de strekking hebben om een van de partijen te beschermen. Van sommige normen treedt het rechtsgevolg pas in als de partij waarop die norm betrekking heeft, opzettelijk of bewust roekeloos heeft gehandeld. Door een zodanig hoge eis te stellen, voorkomt de norm in kwestie dat het rechtsgevolg al te gemakkelijk intreedt voor deze partij. Er bestaat specifiek op deze normen toegespitste jurisprudentie, die wordt behandeld in par. 7.12. Maar ook wanneer de norm geen ‘kwade intentie’ eist, kan de strekking daarvan invloed hebben op de toerekening. Meer in het bijzonder kan die meebrengen dat de relevante kennis aanwezig moet zijn bij een functionaris die bevoegd is om zelf de benodigde actie te ondernemen – in plaats van bij een functionaris die slechts als taak heeft die kennis door te leiden. Alleen die eerste functionaris is daadwerkelijk in staat de maatregelen te treffen die nadeel voor de rechtspersoon of de wederpartij voorkómen. Ik zie aanwijzingen voor een nuance van deze strekking in Los Gauchos.1
213. Los Gauchos betrof de start van een verzettermijn. Het verzet tegen een verstekvonnis moest destijds worden ingesteld binnen veertien dagen nadat de veroordeelde een daad had gepleegd waaruit noodzakelijk voortvloeide dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend was (art. 81 Rv (oud)).2 In Los Gauchos oordeelde de Hoge Raad dat kennisneming van een vonnis door het lezen daarvan door de veroordeelde zelf gold als daad van bekendheid. Is de veroordeelde een besloten vennootschap, dan gaat, aldus de Hoge Raad, de verzetstermijn lopen indien kennisneming door de persoon die het vonnis leest, in het maatschappelijk verkeer heeft te gelden als kennisneming door de vennootschap. Beoordeeld moest worden of de eiser – die in het onderhavige geval aanwezig was bij de kennisneming van het vonnis door de bedrijfsleider – het er op grond van die daad voor mocht houden dat aan de zijde van de vennootschap een zodanige bekendheid met het vonnis bestond dat deze vennootschap daardoor van dat tijdstip af daadwerkelijk in staat was het nodige te doen om tijdig van dat vonnis in verzet te komen.3 De omstandigheden van het geval lieten volgens de Hoge Raad geen andere conclusie toe dan dat hier aan die eis niet was voldaan. Relevante omstandigheden vond de Hoge Raad de potentieel ingrijpende gevolgen van het vonnis (ontruiming, en daarmee mogelijk het einde van het bedrijf) en de functie van de bedrijfsleider: die had aan eiser meegedeeld dat hij slechts met de dagelijkse leiding van het restaurantbedrijf was belast; de bedrijfsleider was ook slechts beperkt vertegenwoordigingsbevoegd. Hij zal vermoedelijk niet bevoegd zijn geweest tot het uitbrengen van een verzetdagvaarding. Maar mij lijkt wel dat het tot de taak van de bedrijfsleider kan worden gerekend om aan de bestuurder door te geven dat hij een vonnis heeft gelezen waaruit volgt dat de vennootschap de bedrijfsruimte moet ontruimen.
Hier leidt de strekking van de norm ertoe dat een dergelijke verantwoordelijkheid voor het doorgeven van informatie niet volstaat. De regel dat verzet openstaat gedurende een bepaalde termijn beoogt recht te doen aan twee belangen: enerzijds het belang van de gedaagde om niet onherroepelijk veroordeeld te worden zonder een reële mogelijkheid te hebben gehad om te worden gehoord door de rechter en anderzijds het belang van de eiser om zekerheid te hebben over zijn rechtspositie na een verkregen verstekvonnis.4 Om de periode van onzekerheid voor de eiser niet te lang te laten duren, krijgt de gedaagde maar beperkt de tijd om verzet in te stellen. Tegelijkertijd brengt die tijdsbeperking mee dat de termijn niet mag gaan lopen voordat de gedaagde daadwerkelijk in staat is geweest om verzet in te stellen. Dat was restaurant Los Gauchos Molenstraat 26 BV niet op het moment dat slechts de bedrijfsleider van het restaurant het vonnis had gelezen. Voorstelbaar is dat bij een ander type onderneming een daad van bekendheid van de bedrijfsleiding wel zal gelden als daad van bekendheid van de rechtspersoon, in het bijzonder indien de bedrijfsleiding normaal gesproken bemoeienis heeft met juridische zaken.
214. Overigens bevindt Los Gauchos zich op de grens van een standaardgeval en een geval van kennisversplintering. De bedrijfsleider werd onvrijwillig betrokken bij een rechtsverhouding die normaal gesproken buiten zijn werkterrein lag. Men zou kunnen stellen dat dit onvoldoende is om te kunnen worden aangemerkt als ‘betrokken bij het te beoordelen aspect van de rechtsverhouding’ in de zin van de hoofdregel. In die redenering is Los Gauchos een geval van kennisversplintering, omdat bekendheid met het vonnis ontbrak bij (althans niet vertoond was door) de persoon die naar aanleiding daarvan had moeten handelen, te weten: de bestuurder. Ik acht het echter het meest zuiver om Los Gauchos te beschouwen als een standaardgeval. Ook onvrijwillige betrokkenheid is een vorm van betrokkenheid. Het is de strekking van de norm die tot het oordeel leidt dat de rechtspersoon geen daad van bekendheid pleegde.