Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/3.8.2.1
3.8.2.1 Achtergrond waartegen het schuldbegrip invulling heeft gekregen
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS571159:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Voorheen art. 25 lid 6 AWR resp. art. 29 lid 2 AWR.
In beginsel geldt de omkering van de bewijslast voor de gehele aangifte, HR 14 november 1990, BNB 1992/127, r.o. 4.2.
HR 28 maart 1979, BNB 1979/170; HR 21 oktober 1998, BNB 1999/7, r.o. 3.2.
Vergelijk HR 26 augustus 1998, BNB 1998/350, r.o. 3.2.
De belastingkamer van de Hoge Raad heeft in HR 27 maart 1996, BNB 1996/273, r.o. 3.2 in verband met een verzuimboete wegens het nalaten om aangifte te doen bepaald dat degene die meent niet belastingplichtig te zijn niet verwijtbaar handelt door het aangiftebiljet oningevuld retour te zenden, zolang hij daarbij uitdrukkelijk en gemotiveerd aangeeft waarom hij niet belastingplichtig meent te zijn. Ik ga ervan uit dat een belastingplichtige door het gebruik van deze mogelijkheid niet alleen een verzuimboete, maar ook omkering van bewijslast kan voorkomen. Hof Arnhem 30 november 2010, ECLI:NL:GHARN:2010:BO7635, r.o. 4.13-4.16.
Dit geldt ook voor aangiftebelastingen, aldus HR 30 oktober 2009, BNB 2010/47, ECLI:NL:HR:2009:BH1083, r.o. 3.3.1
HR 30 oktober 2009, BNB 2010/47, ECLI:NL:HR:2009:BH1083, r.o. 3.3.1.
Dat betekent overigens nog niet dat steeds eerder een straf of een vergrijpboete kan worden opgelegd, dan dat de zogenoemde omkering van bewijslast in werking kan treden. Voor het opleggen van een straf of een vergrijpboete wegens het doen van een onjuiste aangifte is immers ook nog opzet vereist.
Een belastingplichtige die heeft nagelaten om de vereiste aangifte te doen moet op grond van art. 25 lid 3 AWR en art. 27e lid 1 AWR1 in bezwaar en beroep bewijzen dat de hem opgelegde belastingaanslag onjuist is.2 Daarbij kan hij niet volstaan met aannemelijk maken; hij moet doen blijken dat de hem opgelegde aanslag onjuist is. Op deze wijze wordt het risico van onjuiste belastingheffing of -betaling bij de belastingplichtige gelegd die dit risico zelf heeft gecreëerd door het niet of gebrekkig nakomen van zijn aangifteplicht. De bewijslast kan zowel bij aanslag- als bij aangiftebelastingen worden omgekeerd en verzwaard en deze omkering en verzwaring treden van rechtswege in.
Een belastingplichtige kan in de eerste plaats hebben nagelaten om de vereiste aangifte te doen als hij geen aangifte heeft gedaan. De verplichting om aangifte te doen vloeit, zoals hiervoor in de paragrafen 3.2.1 en 3.2.2.3 opgemerkt, niet voort uit de wet, maar ontstaat door de uitnodiging tot het doen van aangifte. In het verlengde hiervan kan een belastingplichtige die heeft nagelaten om de vereiste aangifte te doen door geen aangifte te doen, uitsluitend met omkering van de bewijslast worden geconfronteerd als hij is uitgenodigd om aangifte te doen.3 Zodra een belastingplichtige of een verondersteld belastingplichtige een uitnodiging heeft ontvangen, moet hij aangifte doen. Om aan de aangifteplicht te voldoen hoeft hij het belastingrecht niet te interpreteren of toe te passen. Een pleitbaar standpunt is daarom, evenals bij het strafbaar of beboetbaar gestelde nalaten om een aangifte te doen zoals hiervoor in paragraaf 3.2.3 uiteengezet, in deze situatie niet relevant.4,5
Daarnaast kan een belastingplichtige hebben nagelaten om de vereiste aangifte te doen als hij een aangifte heeft gedaan die wegens onjuiste of onvolledige informatie ontoereikend is om de verschuldigde belasting en de grondslag daarvoor vast te stellen.6 Hiervoor kan het wel noodzakelijk zijn dat een belastingplichtige het belastingrecht interpreteert of toepast en daarom kan in deze situatie een pleitbaar standpunt wel van belang zijn.
Uitsluitend een aangifte die zowel in absoluut als in relatief opzicht tot een aanzienlijk te laag belastingbedrag leidt, is ontoereikend.7 Het eerder in dit hoofdstuk besproken strafbaar en beboetbaar gestelde doen van een onjuiste aangifte is derhalve niet gelijk aan het nalaten om de vereiste toereikende aangifte te doen. Van het doen van een onjuiste aangifte kan zelfs eerder sprake zijn dan van het nalaten om de vereiste aangifte te doen.8