Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.6.4.1:II.6.4.1 Artikel 11, lid 1, onderdeel j, ten eerste, Wet OB 1968
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.6.4.1
II.6.4.1 Artikel 11, lid 1, onderdeel j, ten eerste, Wet OB 1968
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS495368:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, wat betreft de behandeling van verzekerings- en financiële diensten van 30 september 2011, nr. DG G I/14964/11 (institutioneel dossier 2007/0267(CNS)).
Zie PbEU 2016, C 155/3.
Vgl. Swinkels 2001, p. 101 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de vorige paragraaf komt naar voren dat het privaatrecht, het toezichtrecht, het jaarrekeningenrecht en de directe belastingen een ruim begrip ‘krediet’ kennen. Daarbij is niet alleen van kredietverlening sprake bij geldleningen en uitstel van betaling, maar ook bij huurkoop en financiële lease. Voor de omzetbelasting ligt dat niet anders.
In de Wet OB 1968 en de Btw-richtlijn komt het begrip ‘verlening van krediet’ voor in artikel 11, lid 1, onderdeel j, ten eerste, Wet OB 1968 respectievelijk artikel 135, lid 1, onderdeel b, Btw-richtlijn. In die bepalingen is verlening van krediet niet gedefinieerd. Ook de gepubliceerde totstandkomingsgeschiedenis van de Wet OB 1968 en de Btw-richtlijn bieden geen zicht op een definitie. Pas in 2011 heeft het toenmalige voorzitterschap van de Raad geprobeerd een definitie te formuleren in het kader van voorstellen tot modernisering van de Btw-richtlijn wat betreft de behandeling van verzekeringsdiensten en financiële diensten.1 Dit heeft tot het volgende geleid:
‘onder “verlening van krediet” wordt verstaan het uitlenen van geld of de toezegging tot het uitlenen van geld, alsmede het verlenen van uitstel voor de aflossing van een schuld op voorwaarde dat de tegenprestatie voor de kredietverlening en de grondslag voor het bepalen van de tegenprestatie afzonderlijk geregistreerd worden.’
De betreffende voorstellen zijn inmiddels ingetrokken.2 De juridische betekenis van deze definitie voor het huidige recht kan daarom strikt genomen niet meer dan beperkt zijn.3 De definitie sluit echter zo nauw aan bij de bestaande jurisprudentie over verlening van krediet, dat zij een geschikte kapstok voor de bespreking van die jurisprudentie vormt. De afbakening van de in dit hoofd stuk aan de orde zijnde verleningen van krediet tot deelnemingen en obligaties is in paragraaf 4.4.3 en 5.4.2 behandeld.